-
Indien een gerechtelijk vooronderzoek heeft plaatsgehad, doet de officier van justitie, buiten het geval van artikel 243, uiterlijk binnen twee maanden nadat het gerechtelijk vooronderzoek is gesloten, hetzij de verdachte kennis geven dat hij hem ter zake van het feit waarop dat onderzoek betrekking had, niet verder zal vervolgen, of dat in verband met dat onderzoek tot verdere vervolging van enig bepaald omschreven feit zal worden overgegaan, hetzij de verdachte dagvaarden ter terechtzitting, hetzij de verdachte een strafbeschikking uitreiken of toezenden.
-
De termijn kan op de vordering van den officier van justitie door de rechtbank telkens voor een bepaalden tijd worden verlengd. Indien de officier van justitie het gerechtshof ingevolge artikel 246, derde lid, om bewilliging heeft verzocht, wordt de termijn van rechtswege verlengd tot en met de veertiende dag, nadat het gerechtshof op het verzoek heeft beslist.
-
De officier van justitie kan, op het verzoek van den verdachte, en al dan niet onder het stellen van bepaalde voorwaarden, voor het doen van kennisgeving overeenkomstig het eerste lid een bepaalden langeren termijn nemen.
-
Indien de officier van justitie voorwaarden stelt betreffende het gedrag van de verdachte, stelt hij tevens als voorwaarde dat de verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt. Bij het begeleiden bij de naleving van de voorwaarden wordt de identiteit van de verdachte vastgesteld op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid.
Inhoud
Artikel 244
Vergelijking met vorige versie
Tekst van deze versie
-
Indien een gerechtelijk vooronderzoek heeft plaatsgehad, doet de officier van justitie, buiten het geval van artikel 243, uiterlijk binnen twee maanden nadat het gerechtelijk vooronderzoek is gesloten, hetzij de verdachte kennis geven dat hij hem ter zake van het feit waarop dat onderzoek betrekking had, niet verder zal vervolgen, of dat in verband met dat onderzoek tot verdere vervolging van enig bepaald omschreven feit zal worden overgegaan, hetzij de verdachte dagvaarden ter terechtzitting, hetzij de verdachte een strafbeschikking uitreiken of toezenden.
-
De termijn kan op de vordering van den officier van justitie door de rechtbank telkens voor een bepaalden tijd worden verlengd. Indien de officier van justitie het gerechtshof ingevolge artikel 246, derde lid, om bewilliging heeft verzocht, wordt de termijn van rechtswege verlengd tot en met de veertiende dag, nadat het gerechtshof op het verzoek heeft beslist.
-
De officier van justitie kan, op het verzoek van den verdachte, en al dan niet onder het stellen van bepaalde voorwaarden, voor het doen van kennisgeving overeenkomstig het eerste lid een bepaalden langeren termijn nemen.
- Indien de officier van justitie voorwaarden stelt betreffende het gedrag van de verdachte, stelt hij tevens als voorwaarde dat de verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt. Bij het begeleiden bij de naleving van de voorwaarden wordt de identiteit van de verdachte vastgesteld op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid.
Nog geen automatische verwijzingen.