Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 10-04-2026 (Bron: wetten.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemeen
Paragraaf 1.1 Begripsbepalingen
Paragraaf 1.2 Weigerings- en intrekkingsgrond inzake beschikkingen
Hoofdstuk 2 Overheidsopdrachten, vastgoedtransacties, subsidies, vergunningen en ontheffingen
Hoofdstuk 2a Eigen onderzoek van het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak
Hoofdstuk 3 Het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
Hoofdstuk 4 Bevoegdheden, verplichtingen en procedurele bepalingen
Hoofdstuk 5 Wijziging van andere wetten
Hoofdstuk 6 Overgangs- en slotbepalingen

Paragraaf 3.4

Beheer van het Bureau

Artikel 21

  1. De algemene leiding, de organisatie en het beheer van het Bureau berusten bij Onze Minister.

  2. De dagelijkse leiding berust bij de directeur van het Bureau.

  3. De directeur van het Bureau rapporteert, gevraagd en ongevraagd, rechtstreeks aan Onze Minister al hetgeen van belang kan zijn.

Artikel 22

Benoeming, schorsing en ontslag van de directeur van het Bureau geschiedt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister.

Artikel 23

Onze Minister bepaalt het budget en de formatie van het Bureau.

Artikel 24

Onze Minister brengt jaarlijks voor 1 mei aan beide kamers der Staten-Generaal een openbaar verslag uit van de wijze waarop het Bureau zijn taken in het afgelopen kalenderjaar heeft verricht.

← terug naar Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur