Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur

Inhoud

Artikel 14

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 16-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 16-07-2025.
  1. Het Bureau neemt in het advies geen gegevens op waarvan:

    1. de verstrekker heeft aangegeven dat deze, gelet op het karakter van die gegevens, niet aan de desbetreffende persoon ter kennis mogen worden gebracht, of

    2. de officier van justitie, bedoeld in het tweede lid, heeft aangegeven dat deze niet mogen worden gebruikt in verband met een zwaarwegend strafvorderlijk belang.

  2. Het College van Procureurs-Generaal wijst de officier van justitie aan, aan wie het advies, voordat dit wordt toegezonden aan het bestuursorgaan dat of de rechtspersoon met een overheidstaak die om advies hebben gevraagd, wordt voorgelegd met het oog op de beoordeling of daarin gegevens zijn opgenomen waarvan het gebruik een zwaarwegend strafvorderlijk belang schaadt.

16-07-2025 Huidig 01-03-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-09-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-08-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 28-07-2018 Historisch 25-05-2018 Historisch 01-05-2018 Historisch 01-07-2016 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 06-01-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-07-2013 Historisch 29-06-2013 Historisch 01-04-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 23-03-2012 Historisch 01-10-2011 Historisch 01-07-2011 Historisch 01-10-2010 Historisch 01-05-2009 Historisch 25-03-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 01-08-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 08-03-2006 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-01-2005 Historisch 15-09-2004 Historisch 01-09-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 01-01-2004 Historisch 01-06-2003 Historisch 17-03-2003 Historisch 18-10-2002 Historisch 01-09-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-07-2013.

Tekst van deze versie

  1. Het Bureau neemt in het advies geen gegevens op waarvan:

    1. de verstrekker heeft aangegeven dat deze, gelet op het karakter van die gegevens, niet aan de desbetreffende persoon ter kennis mogen worden gebracht, of

    2. de officier van justitie, bedoeld in het tweede lid, heeft aangegeven dat deze niet mogen worden gebruikt in verband met een zwaarwegend strafvorderlijk belang.

  2. Het College van Procureurs-Generaal wijst de officier van justitie aan, aan wie het advies, voordat dit wordt toegezonden aan het bestuursorgaan dat of de rechtspersoon met een overheidstaak die om advies hebben gevraagd, wordt voorgelegd met het oog op de beoordeling of daarin gegevens zijn opgenomen waarvan het gebruik een zwaarwegend strafvorderlijk belang schaadt.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur