Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur

Inhoud

Artikel 20

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 16-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 16-07-2025.
  1. Voor zoveel nodig in afwijking van hetgeen in de Wet open overheid en andere wetten is bepaald ten aanzien van verstrekking van gegevens, verstrekt het Bureau aan derden geen persoonsgegevens die het heeft verkregen in het kader van zijn taak, bedoeld in artikel 9.

  2. Onder derden als bedoeld in het eerste lid worden mede begrepen andere onder de Minister van Justitie en Veiligheid ressorterende dienstonderdelen en andere overheidsdiensten en -instellingen.

  3. In afwijking van het eerste lid kunnen in de volgende gevallen persoonsgegevens worden verstrekt:

    1. voorzover persoonsgegevens in het advies dienen te worden opgenomen in verband met de noodzakelijke motivering daarvan;

    2. in de berichtgeving, bedoeld in de artikelen 11 of 11a;

    3. ten behoeve van de uitoefening van de controlerende of toezichthoudende bevoegdheid van:

      1. de Algemene Rekenkamer;

      2. de Nationale ombudsman;

      3. de Autoriteit persoonsgegevens;

    4. indien toepassing wordt gegeven aan:

      1. de artikelen in het Wetboek van Strafvordering betreffende het vorderen van gegevens,

      2. artikel 39 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017;

    5. desgevraagd, ten behoeve van kwaliteitstoetsing, wetenschappelijk onderzoek en statistiek, met dien verstande dat de resultaten daarvan geen persoonsgegevens mogen bevatten en voorzover de persoonlijke levenssfeer van de geregistreerde daardoor niet onevenredig wordt geschaad;

    6. ten behoeve van rechterlijke procedures of bezwaarprocedures waarbij het Bureau partij is;

    7. aan een tot oplegging van een bestuurlijke boete bevoegd bestuursorgaan ten behoeve van het melden van een overtreding;

    8. aan een opsporingsambtenaar ten behoeve van het doen van aangifte van een begaan strafbaar feit;

    9. aan de Kamer van Koophandel, uitsluitend voor zover de gegevens noodzakelijk zijn om uitvoering te geven aan artikel 38a van de Handelsregisterwet 2007 en artikel 21 van de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies.

16-07-2025 Huidig 01-03-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-09-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-08-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 28-07-2018 Historisch 25-05-2018 Historisch 01-05-2018 Historisch 01-07-2016 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 06-01-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-07-2013 Historisch 29-06-2013 Historisch 01-04-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 23-03-2012 Historisch 01-10-2011 Historisch 01-07-2011 Historisch 01-10-2010 Historisch 01-05-2009 Historisch 25-03-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 01-08-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 08-03-2006 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-01-2005 Historisch 15-09-2004 Historisch 01-09-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 01-01-2004 Historisch 01-06-2003 Historisch 17-03-2003 Historisch 18-10-2002 Historisch 01-09-2002 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-05-2022

Tekst van deze versie

  1. Voor zoveel nodig in afwijking van hetgeen in de Wet open overheid en andere wetten is bepaald ten aanzien van verstrekking van gegevens, verstrekt het Bureau aan derden geen persoonsgegevens die het heeft verkregen in het kader van zijn taak, bedoeld in artikel 9.

  2. Onder derden als bedoeld in het eerste lid worden mede begrepen andere onder de Minister van Justitie en Veiligheid ressorterende dienstonderdelen en andere overheidsdiensten en -instellingen.

  3. In afwijking van het eerste lid kunnen in de volgende gevallen persoonsgegevens worden verstrekt:

    1. voorzover persoonsgegevens in het advies dienen te worden opgenomen in verband met de noodzakelijke motivering daarvan;

    2. in de berichtgeving, bedoeld in de artikelen 11 of 11a;

    3. ten behoeve van de uitoefening van de controlerende of toezichthoudende bevoegdheid van:

      1. de Algemene Rekenkamer;

      2. de Nationale ombudsman;

      3. de Autoriteit persoonsgegevens;

    4. indien toepassing wordt gegeven aan:

      1. de artikelen in het Wetboek van Strafvordering betreffende het vorderen van gegevens,

      2. artikel 39 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017;

    5. desgevraagd, ten behoeve van kwaliteitstoetsing, wetenschappelijk onderzoek en statistiek, met dien verstande dat de resultaten daarvan geen persoonsgegevens mogen bevatten en voorzover de persoonlijke levenssfeer van de geregistreerde daardoor niet onevenredig wordt geschaad;

    6. ten behoeve van rechterlijke procedures of bezwaarprocedures waarbij het Bureau partij is;

    7. aan een tot oplegging van een bestuurlijke boete bevoegd bestuursorgaan ten behoeve van het melden van een overtreding;

    8. aan een opsporingsambtenaar ten behoeve van het doen van aangifte van een begaan strafbaar feit.feit;
    9. aan de Kamer van Koophandel, uitsluitend voor zover de gegevens noodzakelijk zijn om uitvoering te geven aan artikel 38a van de Handelsregisterwet 2007 en artikel 21 van de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur