-
Een gegadigde voor een overheidsopdracht waarop de richtlijnen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, niet van toepassing zijn en die wordt gegund binnen de krachtens het tweede lid aangewezen sector, kan van de gunning van die opdracht worden uitgesloten met inachtneming van de criteria voor de kwalitatieve selectie in de zin van de richtlijnen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a.
-
Op voordracht van Onze Ministers, gedaan in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, worden bij algemene maatregel van bestuur de sectoren aangewezen ten aanzien waarvan het wenselijk is dat, voordat een beslissing wordt genomen inzake de gunning van een overheidsopdracht of de ontbinding van een overeenkomst met de partij aan wie een overheidsopdracht is gegund, door het Bureau een advies kan worden uitgebracht. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
-
De aanbestedende dienst kan het Bureau om een advies vragen:
voordat een beslissing wordt genomen inzake de gunning van een overheidsopdracht die valt binnen een krachtens het tweede lid aangewezen sector;
in het geval die dienst bij overeenkomst heeft bedongen dat de overeenkomst ontbonden wordt, indien zich een van de situaties, bedoeld in artikel 9, tweede lid, voordoet en de bij overeenkomst verstrekte overheidsopdracht binnen een krachtens het tweede lid aangewezen sector valt, alvorens zich op die ontbindende voorwaarde te beroepen;
ten aanzien van een onderaannemer, uitsluitend met het oog op diens acceptatie als zodanig, indien de aanbestedende dienst in het bestek als voorwaarde heeft gesteld dat onderaannemers niet zonder toestemming van die dienst worden gecontracteerd en in het kader van die voorwaarde zich het recht heeft voorbehouden aan het Bureau een advies te vragen.
Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur Actueel
Inhoud
Hoofdstuk 2
Artikel 6
-
Een subsidie aan een rechtspersoon of aan een natuurlijke persoon kan worden geweigerd dan wel worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3, indien dit in de desbetreffende subsidieregeling is bepaald.
-
Voordat een beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt genomen, kan het bestuursorgaan dat tot die beslissing bevoegd is, het Bureau om een advies vragen.
-
Een subsidieregeling waarin is bepaald dat artikel 3 van deze wet van toepassing is en die niet bij wet of algemene maatregel van bestuur is geregeld, behoeft de goedkeuring van Onze Ministers, welke goedkeuring slechts kan worden onthouden wegens strijd met het recht of wegens onevenredigheid tussen enerzijds het belang dat moet worden gehecht aan de desbetreffende subsidie of subsidies en anderzijds de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer ten gevolge van het aanvragen van een advies.
Artikel 5a
Een rechtspersoon met een overheidstaak kan het Bureau om een advies vragen over de betrokkene:
alvorens een beslissing wordt genomen over het aangaan van een vastgoedtransactie;
in het geval dat bij een vastgoedtransactie is bedongen dat de overeenkomst kan worden opgeschort of ontbonden dan wel de rechtshandeling kan worden beëindigd indien zich één van de situaties, bedoeld in artikel 9, derde lid, voordoet, alvorens zich op die opschortende of ontbindende voorwaarde te beroepen.
Artikel 7
-
Een gemeentelijke vergunning die op grond van een verordening verplicht is gesteld voor een inrichting of bedrijf, kan door het college van burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester, voorzover het een krachtens het tweede lid aangewezen inrichting of bedrijf betreft, worden geweigerd dan wel ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.
-
Op voordracht van Onze Ministers worden bij algemene maatregel van bestuur inrichtingen of bedrijven aangewezen ten aanzien waarvan het wenselijk is dat, voordat een beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt genomen, door het Bureau een advies kan worden uitgebracht. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
-
Voordat een beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt genomen, kan het college van burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester het Bureau om een advies vragen.
-
Het eerste tot en met het derde lid is van overeenkomstige toepassing op een gemeentelijke ontheffing.