Spoorwegwet

Inhoud

Artikel 123e Spoorwegwet – Wettekst

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 30-06-2021.

Officiële wettekst historische versie

  1. Een aanvullende vergunning voor indienststelling van een spoorvoertuig respectievelijk voor een type spoorvoertuig die is verleend op grond van artikel 36, 36b of 37a van de Spoorwegwet, zoals die artikelen luidden op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 2a, blijft na de inwerkingtreding van hoofdstuk 2a, geldig voor de duur waarvoor de desbetreffende vergunning door Onze Minister is verleend, met dien verstande dat het betreffende besluit tussentijds door het Europees Spoorwegbureau kan worden gewijzigd, geschorst of ingetrokken.

  2. Onze Minister zendt de aanvragen om een aanvullende vergunning voor indienststelling van een spoorvoertuig respectievelijk voor een type spoorvoertuig op grond van de artikelen 36, 36b en 37a van de Spoorwegwet, zoals die artikelen luidden op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 2a, die voor 16 juni 2019 bij hem zijn ingediend en waarop op 15 juni 2019 nog niet is beslist, onverwijld ter verdere behandeling door aan het Europees Spoorwegbureau. Onze Minister stelt de desbetreffende aanvrager in kennis van de doorzending.

Historische versies

04-06-2026 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 30-06-2021 Historisch
Er is nog geen eerdere of toekomstige officiële versie gevonden om te vergelijken.

Tekst van deze versie

  1. Een aanvullende vergunning voor indienststelling van een spoorvoertuig respectievelijk voor een type spoorvoertuig die is verleend op grond van artikel 36, 36b of 37a van de Spoorwegwet, zoals die artikelen luidden op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 2a, blijft na de inwerkingtreding van hoofdstuk 2a, geldig voor de duur waarvoor de desbetreffende vergunning door Onze Minister is verleend, met dien verstande dat het betreffende besluit tussentijds door het Europees Spoorwegbureau kan worden gewijzigd, geschorst of ingetrokken.

  2. Onze Minister zendt de aanvragen om een aanvullende vergunning voor indienststelling van een spoorvoertuig respectievelijk voor een type spoorvoertuig op grond van de artikelen 36, 36b en 37a van de Spoorwegwet, zoals die artikelen luidden op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 2a, die voor 16 juni 2019 bij hem zijn ingediend en waarop op 15 juni 2019 nog niet is beslist, onverwijld ter verdere behandeling door aan het Europees Spoorwegbureau. Onze Minister stelt de desbetreffende aanvrager in kennis van de doorzending.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Spoorwegwet