Spoorwegwet

Inhoud

Artikel 123b Spoorwegwet – Wettekst

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2022.

Officiële wettekst historische versie

  1. Een vergunning voor indienststelling van een hoofdspoorweg als bedoeld in artikel 8, tweede lid, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 2a, berust met ingang van de dag waarop artikel 26h in werking treedt op artikel 26h, tweede lid.

  2. Een aanvraag respectievelijk een beslissing op een aanvraag voor het buiten toepassing laten van een of meer technische specificaties inzake interoperabiliteit als bedoeld in artikel 8, derde lid, respectievelijk 9, vierde lid, zoals die artikelen luidden op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 2a, berust met ingang van de dag waarop artikel 26f in werking treedt op artikel 26f, eerste lid.

  3. Een aanvraag respectievelijk een beslissing op een aanvraag als bedoeld in artikel 8, vierde lid, respectievelijk 9, zesde lid, zoals die artikelen luidden op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 2a, berust met ingang van de dag waarop artikel 26h in werking treedt op artikel 26h, vijfde lid.

  4. Een aanvraag respectievelijk een beslissing op een aanvraag als bedoeld in artikel 8, achtste lid, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 2a, berust met ingang van de dag waarop artikel 26h in werking treedt op artikel 26h, vierde lid.

  5. Een aanvraag respectievelijk een beslissing op een aanvraag als bedoeld in artikel 9, vijfde lid, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 2a, berust met ingang van de dag waarop artikel 26f, in werking treedt op artikel 26f, eerste lid.

Historische versies

04-06-2026 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 30-06-2021 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 30-06-2021.

Tekst van deze versie

  1. Een vergunning voor indienststelling van een hoofdspoorweg als bedoeld in artikel 8, tweede lid, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 2a, berust met ingang van de dag waarop artikel 26h in werking treedt op artikel 26h, tweede lid.

  2. Een aanvraag respectievelijk een beslissing op een aanvraag voor het buiten toepassing laten van een of meer technische specificaties inzake interoperabiliteit als bedoeld in artikel 8, derde lid, respectievelijk 9, vierde lid, zoals die artikelen luidden op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 2a, berust met ingang van de dag waarop artikel 26f in werking treedt op artikel 26f, eerste lid.

  3. Een aanvraag respectievelijk een beslissing op een aanvraag als bedoeld in artikel 8, vierde lid, respectievelijk 9, zesde lid, zoals die artikelen luidden op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 2a, berust met ingang van de dag waarop artikel 26h in werking treedt op artikel 26h, vijfde lid.

  4. Een aanvraag respectievelijk een beslissing op een aanvraag als bedoeld in artikel 8, achtste lid, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 2a, berust met ingang van de dag waarop artikel 26h in werking treedt op artikel 26h, vierde lid.

  5. Een aanvraag respectievelijk een beslissing op een aanvraag als bedoeld in artikel 9, vijfde lid, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 2a, berust met ingang van de dag waarop artikel 26f, in werking treedt op artikel 26f, eerste lid.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Spoorwegwet