-
Tot en met de eerste dag van de vierde kalendermaand na de dag waarop artikel 28 in werking treedt, worden houders van een vergunning voor openbaar vervoer per trein, verleend ingevolge de Wet personenvervoer of de Wet personenvervoer 2000, en houders van een erkenning als spoorwegonderneming, afgegeven door Onze Minister, voor de toepassing van deze wet aangemerkt als houders van een bedrijfsvergunning.
-
Het eerste lid geldt ook na de daarin bedoelde periode ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde houders, indien zij voor de afloop van die periode een aanvraag hebben ingediend voor een vergunning als bedoeld in artikel 28 en zolang als daarop niet onherroepelijk is beslist.
Inhoud
Artikel 118 Spoorwegwet – Wettekst
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-07-2021.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2021.
Officiële wettekst historische versie
Historische versies
04-06-2026
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-07-2023
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-07-2021
Historisch
30-06-2021
Historisch
Tekst van deze versie
-
Tot en met de eerste dag van de vierde kalendermaand na de dag waarop artikel 28 in werking treedt, worden houders van een vergunning voor openbaar vervoer per trein, verleend ingevolge de Wet personenvervoer of de Wet personenvervoer 2000, en houders van een erkenning als spoorwegonderneming, afgegeven door Onze Minister, voor de toepassing van deze wet aangemerkt als houders van een bedrijfsvergunning.
-
Het eerste lid geldt ook na de daarin bedoelde periode ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde houders, indien zij voor de afloop van die periode een aanvraag hebben ingediend voor een vergunning als bedoeld in artikel 28 en zolang als daarop niet onherroepelijk is beslist.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.