Omgevingsbesluit Actueel

Inhoud

§ 11.3.1

Grensoverschrijdende plan-mer

Artikel 11.22

  1. Als een plan of programma waarvoor een milieueffectrapport moet worden gemaakt mogelijk aanzienlijke grensoverschrijdende milieueffecten heeft, deelt het bevoegd gezag dit mee aan de bevoegde autoriteit van de staat die deze mogelijke effecten zal ondervinden. Tegelijk met die mededeling, of nadat die autoriteit hierom heeft verzocht, zendt het bevoegd gezag aan die autoriteit in ieder geval:

    1. het ontwerp van het plan of programma;

    2. het milieueffectrapport, voor zover dit niet is opgenomen in het ontwerp van het plan of programma, met inbegrip van informatie over de mogelijke grensoverschrijdende milieueffecten en een vertaling van de samenvatting van het milieueffectrapport in de taal van de andere staat;

    3. informatie over de totstandkomingsprocedure van het plan of programma; en

    4. de termijn waarbinnen de bevoegde autoriteit van de andere staat kan aangeven of zij overleg wenst over de mogelijke grensoverschrijdende milieueffecten.

  2. Het bevoegd gezag doet de mededeling zo spoedig mogelijk en zendt de informatie in ieder geval voor de vaststelling van het plan of programma.

Artikel 11.23

  1. Als de bevoegde autoriteit van de andere staat binnen de gestelde termijn heeft aangegeven dat zij overleg wenst, overlegt het bevoegd gezag met die autoriteit over de mogelijk aanzienlijke grensoverschrijdende milieueffecten van het plan of programma en de voorgenomen maatregelen om de nadelige effecten te voorkomen, te beperken of zoveel mogelijk te compenseren.

  2. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan contacten onderhouden met de bevoegde autoriteit van de andere staat als er geen contact is tussen het bevoegd gezag en die autoriteit of als het overleg niet tot het gewenste resultaat heeft geleid. Het bevoegd gezag zendt de benodigde informatie aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Artikel 11.24

Het betrokken publiek en de bevoegde instanties van de andere staat worden in de gelegenheid gesteld zienswijzen naar voren te brengen, met overeenkomstige toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 11.25

Nadat het plan of programma is vastgesteld, verstrekt het bevoegd gezag dat plan of programma aan de bevoegde autoriteit van de andere staat, degenen die zienswijzen naar voren hebben gebracht en de bevoegde instanties van de andere staat.

Artikel 11.26

  1. Als de bevoegde autoriteit van een andere staat heeft meegedeeld dat een plan of programma mogelijk aanzienlijke grensoverschrijdende milieueffecten heeft in Nederland, geeft het betrokken bestuursorgaan binnen de door die autoriteit gestelde termijn aan of overleg is gewenst.

  2. Als toepassing is gegeven aan het eerste lid, overlegt het betrokken bestuursorgaan met de bevoegde autoriteit over de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het plan of programma en de voorgenomen maatregelen om de nadelige effecten te voorkomen, te beperken of te compenseren.

  3. Als toepassing is gegeven aan het eerste lid, stelt het betrokken bestuursorgaan, in overeenstemming met de bevoegde autoriteit, het betrokken publiek en de bevoegde instanties in de gelegenheid zienswijzen naar voren te brengen.

  4. Als toepassing is gegeven aan het eerste lid, geeft het betrokken bestuursorgaan, in overeenstemming met de bevoegde autoriteit en met overeenkomstige toepassing van artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht, kennis van:

    1. het vastgestelde plan of programma;

    2. een door de bevoegde autoriteit van de andere staat opgestelde samenvatting van de wijze waarop de milieuoverwegingen, de gehouden overleggen, de naar voren gebrachte zienswijzen en het milieueffectrapport zijn betrokken bij het vaststellen van het plan of programma; en

    3. de monitoringsmaatregelen waartoe de bevoegde autoriteit heeft besloten.

← terug naar Omgevingsbesluit