Omgevingsbesluit Actueel

Inhoud

Afdeling 10.8

Verstrekken en beschikbaar stellen van gegevens

Artikel 10.27

De bestuursorganen, bedoeld in artikel 11.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, verstrekken de gegevens over externe veiligheid, bedoeld in de artikelen 11.2, 11.3, 11.4, 11.6 en 11.7 van dat besluit, aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat:

  1. als het gaat om een activiteit met externe veiligheidsrisico’s als bedoeld in de artikelen 5.23, 5.26, 5.31 van dat besluit of bijlage VII, onder A, B, D, onder 1, en E, bij dat besluit, of waarvoor een vergunning is verleend op grond van artikel 15, aanhef en onder b, van de Kernenergiewet, onverwijld na:

    1. de inwerkingtreding van een besluit tot verlening, wijziging of intrekking van een omgevingsvergunning of een vergunning als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder b, van de Kernenergiewet;

    2. de ontvangst van een melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving;

    3. de ontvangst van de informatie inhoudende dat niet binnen de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht aan de in het Besluit activiteiten leefomgeving voor die activiteit bepaalde afstand is voldaan; of

    4. een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State of een uitspraak van de Voorzitter van die Afdeling over een besluit als bedoeld onder 1° of een melding als bedoeld onder 2°; en

  2. voor locaties van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties als bedoeld in bijlage VI bij het Besluit kwaliteit leefomgeving onverwijld na:

    1. de inwerkingtreding van een besluit tot vaststelling van een omgevingsplan;

    2. de inwerkingtreding van een besluit tot verlening, wijziging of intrekking van een omgevingsvergunning; of

    3. een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State of een uitspraak van de Voorzitter van die Afdeling, over een besluit als bedoeld onder 1° of 2°.

Artikel 10.27a

Als een activiteit al rechtmatig wordt verricht op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 10.27, dan geldt de verplichting om gegevens te verstrekken, bedoeld in de aanhef van dat artikel, met ingang van 1 januari 2025. De gegevens worden onverwijld verstrekt.

Artikel 10.28

Wanneer het bevoegd gezag beschikt over gegevens als bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, onder e, van het Besluit activiteiten leefomgeving, die niet zijn verstrekt door degene die de Seveso-inrichting exploiteert, worden die gegevens beschikbaar gesteld aan degene die de Seveso-inrichting exploiteert voor zover dit nodig is voor de toepassing van artikel 4.13 van dat besluit.

Artikel 10.28a

Het dagelijks bestuur van het waterschap verstrekt voor elke primaire waterkering waarover het het beheer heeft een verslag over de algemene waterstaatkundige toestand als bedoeld in artikel 11.15 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Artikel 10.29

  1. Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente, waarvan het grondgebied ligt in een aandachtsgebied dat is aangewezen in artikel 5.51, tweede of derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en gedeputeerde staten van de provincie waarvan het grondgebied in dat gebied ligt, verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.22, eerste en tweede lid, van dat besluit, jaarlijks uiterlijk op 31 mei aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

  2. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt jaarlijks uiterlijk op 31 maart de gegevens, bedoeld in artikel 11.22, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, elektronisch beschikbaar.

  3. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt jaarlijks uiterlijk op 31 december een verslag van de resultaten van de monitoring van de omgevingswaarden voor de kwaliteit van de buitenlucht, bedoeld in de artikelen 2.3 tot en met 2.8a van het Besluit kwaliteit leefomgeving, elektronisch beschikbaar.

Artikel 10.30

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt de nationale emissie-inventarissen en nationale emissieprognoses, bedoeld in artikel 11.21, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, elektronisch beschikbaar.

Artikel 10.31

De commissaris van de Koning maakt een besluit met regels over het gebruik van installaties of brandstoffen en over andere verontreinigende activiteiten als bedoeld in artikel 19.12, eerste of derde lid, van de wet, via de media en langs elektronische weg bekend. Van het besluit wordt vervolgens zo spoedig mogelijk mededeling gedaan in het provinciaal blad, onder vermelding van het tijdstip van inwerkingtreding van het besluit.

Artikel 10.32

Een monitoringsprogramma als bedoeld in artikel 11.28 van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt elektronisch beschikbaar gesteld.

Artikel 10.33

Het dagelijks bestuur van het waterschap en gedeputeerde staten verstrekken de door hen verzamelde gegevens die nodig zijn voor het opstellen van stroomgebiedsbeheerplannen, bedoeld in artikel 11.35 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, elektronisch aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, uiterlijk op de volgende tijdstippen:

  1. 22 juni 2026 en 22 juni 2027; en

  2. om de zes jaar na de tijdstippen, bedoeld onder a.

Artikel 10.33a

Het gemeentebestuur, het dagelijks bestuur van het waterschap en gedeputeerde staten verstrekken uiterlijk op 22 juni 2025 en vervolgens om de zes jaar de resultaten van de analyses en beoordeling, bedoeld in artikel 11.36 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, elektronisch aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Artikel 10.33b

Het dagelijks bestuur van het waterschap en gedeputeerde staten verstrekken uiterlijk op 22 juni 2024 en vervolgens om de zes jaar de gegevens over de voortgang van de uitvoering van de maatregelen, bedoeld in artikel 11.37 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, elektronisch aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Artikel 10.34

Het college van burgemeester en wethouders, het dagelijks bestuur van het waterschap, gedeputeerde staten en Onze Minister voor Natuur en Stikstof verstrekken zo spoedig mogelijk na gegevensverzameling, de als gegevens verzamelde beschermde gebieden, bedoeld in artikel 11.34 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Artikel 10.35

  1. Het bevoegd gezag dat de zorg heeft voor een zuiveringtechnisch werk verstrekt de gegevens over de stand van zaken van de inzameling, het transport en de behandeling van stedelijk afvalwater en de afvoer van slib, bedoeld in artikel 11.39 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, vier maanden na ontvangst van een verzoek daartoe aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

  2. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt elke twee jaar het verslag van de gegevens over de stand van zaken van de inzameling, het transport en de behandeling van stedelijk afvalwater en de afvoer van slib, bedoeld in artikel 11.42 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, elektronisch beschikbaar.

Artikel 10.36

Het dagelijks bestuur van het waterschap, gedeputeerde staten en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stellen aan het eind van de looptijd van een waterbeheerprogramma als bedoeld in artikel 3.7 van de wet, een regionaal waterprogramma als bedoeld in artikel 3.8, tweede lid, van de wet respectievelijk het nationale waterprogramma, bedoeld in artikel 3.9, tweede lid, onder e, van de wet, elektronisch beschikbaar:

  1. een verslag over de resultaten van de monitoring voor de omgevingswaarden voor waterkwaliteit, bedoeld in de artikelen 2.10, 2.11, 2.13, 2.14 en 2.15 van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

  2. een verslag als bedoeld in artikel 11.41 van het Besluit kwaliteit leefomgeving over de resultaten van de monitoring van de andere parameters, bedoeld in artikel 11.27 van dat besluit.

Artikel 10.36aa

Gedeputeerde staten verstrekken aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat de gegevens waarover zij beschikken die nodig zijn om te voldoen aan artikel 11, eerste lid, van de verordening hergebruik stedelijk afvalwater.

Artikel 10.36a

  1. Gedeputeerde staten verstrekken aan Onze Minister voor Natuur en Stikstof gegevens over:

    1. door gedeputeerde staten of provinciale staten genomen besluiten of getroffen maatregelen ter uitvoering van de vogelrichtlijn en van de habitatrichtlijn;

    2. de staat van instandhouding van:

      1. de vogelsoorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en de niet in die bijlage genoemde geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten; en

      2. de natuurlijke habitats, de habitats van soorten en de dier- en plantensoorten, genoemd in de bijlagen I, II, IV en V bij de habitatrichtlijn; en

    3. de voortgang van de inspanningen voor het bereiken van de doelstellingen uit de vogelrichtlijn en de habitatrichtlijn.

  2. De gegevens worden verstrekt ten behoeve van:

    1. de toepassing van artikel 4, eerste lid, van de vogelrichtlijn en artikel 4, eerste lid, in samenhang met artikel 11 van de habitatrichtlijn;

    2. de verslaglegging, bedoeld in artikel 9, derde lid, van de vogelrichtlijn en artikel 16, tweede lid, van de habitatrichtlijn; en

    3. de verslaglegging, bedoeld in artikel 12 van de vogelrichtlijn en artikel 17 van de habitatrichtlijn.

  3. Onze Minister voor Natuur en Stikstof verstrekt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, en de gegevens, bedoeld in de artikelen 7, vierde lid, laatste zin, en 10, tweede lid, van de vogelrichtlijn, aan de Europese Commissie.

Artikel 10.36b

  1. Het bevoegd gezag voor een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit of voor de vaststelling van een plan als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn meldt gegevens over de compenserende maatregelen, bedoeld in artikel 8.74b, tweede lid, onder c, of 10.24, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, aan Onze Minister voor Natuur en Stikstof.

  2. Onze Minister voor Natuur en Stikstof verstrekt de gegevens aan de Europese Commissie.

Artikel 10.36c

  1. Gedeputeerde staten verstrekken aan Onze Minister voor Natuur en Stikstof uiterlijk op 1 juni 2025, en daarna steeds na zes jaar, gegevens over de uitvoering van de maatregelen voor de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve exoten van de in bijlage VC bij het Besluit kwaliteit leefomgeving genoemde soorten.

  2. De door gedeputeerde staten verstrekte gegeven hebben betrekking op:

    1. de aard en de doeltreffendheid van de getroffen maatregelen en de gevolgen van deze maatregelen voor niet-doelsoorten;

    2. de maatregelen die zijn getroffen om het publiek te informeren over de aanwezigheid van invasieve uitheemse soorten en over acties die burgers verzocht worden te ondernemen; en

    3. als deze gegevens aanwezig zijn: de kostprijs van de onder a en b bedoelde maatregelen.

  3. Onze Minister voor Natuur en Stikstof verstrekt de gegevens aan de Europese Commissie.

Artikel 10.36d

  1. Gedeputeerde staten verstrekken aan Onze Minister voor Natuur en Stikstof gegevens over de voortgang van de totstandkoming en instandhouding van het natuurnetwerk Nederland.

  2. Onze Minister voor Natuur en Stikstof informeert op basis van de gegevens van gedeputeerde staten de beide Kamers der Staten-Generaal over de voortgang van de totstandkoming en instandhouding van het natuurnetwerk Nederland.

Artikel 10.36da

  1. De bestuursorganen die zijn belast met de uitvoering van de maatregelen, opgenomen in het programma stikstofreductie en natuurverbetering, verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.69, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, elke twee jaar aan Onze Minister voor Natuur en Stikstof.

  2. De bestuursorganen die verantwoordelijk zijn voor de vaststelling van het beheerplan, bedoeld in de artikelen 3.8, derde lid, en 3.9, derde lid, van de wet, verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.69, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, elke zes jaar aan Onze Minister voor Natuur en Stikstof.

Artikel 10.36db

Uiterlijk op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en vervolgens steeds zo spoedig mogelijk na een daartoe strekkend verzoek van Onze Minister voor Natuur en Stikstof verstrekken gedeputeerde staten de gegevens, bedoeld in artikel 11.69b van het Besluit kwaliteit leefomgeving, aan die Minister.

Artikel 10.36dc

Onze Minister voor Natuur en Stikstof verstrekt aan de beide Kamers der Staten-Generaal de volgende verslagen met de volgende frequentie:

  1. elk jaar:

    1. het verslag over de resultaten van de monitoring voor de omgevingswaarden voor stikstofdepositie, bedoeld in artikel 11.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

    2. het verslag over de mate waarin wordt voldaan aan de tussentijdse doelstellingen om tijdig aan die omgevingswaarden te voldoen, bedoeld in artikel 11.69c, onder a, onder 2°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  2. elke twee jaar: het verslag over de voortgang en de gevolgen van de maatregelen, opgenomen in het programma stikstofreductie en natuurverbetering, bedoeld in artikel 11.69c, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

  3. elke zes jaar: het verslag over de ontwikkeling van de staat van instandhouding van de voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden in relatie tot de instandhoudingsdoelstellingen voor die gebieden, bedoeld in artikel 11.69c, onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 10.36dd

Het bestuursorgaan dat voornemens is om een wettelijk voorschrift of beleidsregel vast te stellen als een maatregel die leidt tot het verminderen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, of stikstofdepositieruimte opneemt in AERIUS Register overeenkomstig paragraaf 10.2.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, geeft op elektronische wijze kennis daarvan.

Artikel 10.36e

De korpschef verstrekt op verzoek gegevens uit de gegevensverzameling, bedoeld in artikel 11.73 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, over de nakoming van een verzekering als bedoeld in artikel 11.78 van het Besluit activiteiten leefomgeving, aan:

  1. Onze Minister voor Natuur en Stikstof en Onze Minister van Justitie en Veiligheid;

  2. de personen belast met de opsporing van strafbaar gestelde feiten wegens handelen in strijd met het bepaalde bij of krachtens de wet; en

  3. hen die aannemelijk maken dat zij zijn betrokken bij schade die grond kan opleveren voor toepassing van artikel 8.4 van de wet.

Artikel 10.37

Het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap verstrekt jaarlijks uiterlijk op 31 oktober over elke zwemlocatie waarover het het beheer heeft in ieder geval de volgende gegevens aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat:

  1. het verslag van de resultaten van de monitoring voor de omgevingswaarde voor een zwemlocatie, bedoeld in artikel 2.19 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  2. de uitkomst van de beoordeling van de resultaten van de monitoring voor de omgevingswaarde voor een zwemlocatie, bedoeld in artikel 2.19 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, uitgevoerd in overeenstemming met de bij ministeriële regeling gestelde regels; en

  3. een beschrijving van de belangrijkste getroffen beheersmaatregelen, bedoeld in de artikelen 3.7 tot en met 3.9 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 10.38

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt een verslag van de resultaten van de monitoring van de omgevingswaarde voor zwemlocaties, bedoeld in artikel 2.19 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, elektronisch beschikbaar.

Artikel 10.39

  1. Gedeputeerde staten lichten het publiek gedurende het badseizoen voor over:

    1. de indeling van de zwemlocaties in klassen, bedoeld in bijlage II bij de zwemwaterrichtlijn, de ingestelde negatieve zwemadviezen en opgelegde zwemverboden;

    2. de risico’s voor de gezondheid en de veiligheid van zwemmers:

      1. als zich een overmatige groei van cyanobacteriën of een neiging tot overmatige groei van macroalgen of marien fytoplankton voordoet en gedeputeerde staten een gezondheidsrisico vaststellen of vermoeden als bedoeld in artikel 3.7 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

      2. als sprake is van een zwemwaterverontreiniging als bedoeld in artikel 11.44, eerste lid, aanhef en onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

      3. als sprake is van onverwachte situaties die negatieve gevolgen hebben of redelijkerwijs kunnen hebben op de kwaliteit van de zwemlocatie en op de gezondheid van zwemmers;

    3. de getroffen zwemwaterbeheersmaatregelen, bedoeld in artikel 3.8 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, als dat naar hun oordeel nodig is; en

    4. de uitkomsten van het onderzoek, bedoeld in artikel 3.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, als de uitkomsten niet leiden tot een negatief zwemadvies of een zwemverbod.

  2. Gedeputeerde staten geven in de nabijheid van een zwemlocatie op passende wijze voorlichting, via de media en langs elektronische weg, zodra de informatie beschikbaar is.

  3. In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, bestaat de voorlichting in ieder geval uit:

    1. het plaatsen van een bord in de nabijheid van de zwemlocatie op een zichtbare en gemakkelijk toegankelijke plaats met de informatie, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de zwemwaterrichtlijn; en

    2. het verspreiden van de informatie, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de zwemwaterrichtlijn via internet, zo nodig ook in andere talen.

Artikel 10.39a

  1. Degene die op een industrieterrein een activiteit anders dan het wonen verricht, verstrekt op verzoek van de gemeenteraad, of provinciale staten als artikel 2.12a, eerste lid, van de wet wordt toegepast, gegevens over het geluid door die activiteit voor de vaststelling van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde voor het industrieterrein.

  2. Het eerste lid geldt niet voor:

    1. informatie die is aangemerkt als staatsgeheim als bedoeld in het Besluit Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst Bijzondere Informatie 2013 (VIRBI 2013); en

    2. informatie over het geluid door een activiteit waarvoor het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarborgt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT van het geluid op een afstand van 30 m van de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht, niet meer bedraagt dan de standaardwaarden, bedoeld in tabel 5.65.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, verminderd met 5 dB.

Artikel 10.39b

Als dat nodig is om aan de verplichting van een bestuursorgaan tot gegevensverstrekking, bedoeld in artikel 10.42a, eerste lid, aanhef en onder f of g, te voldoen, verstrekt degene die een activiteit als bedoeld in die onderdelen verricht, op verzoek van dat bestuursorgaan gegevens over het geluid door die activiteit.

Artikel 10.39c

Als dat nodig is om aan de verplichting tot gegevensverstrekking, bedoeld in artikel 10.42a, eerste lid, aanhef en onder e, te voldoen, verstrekt degene die een luchthaven exploiteert, op verzoek van gedeputeerde staten, Onze Minister van Defensie of Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat gegevens over het geluid door die luchthaven.

Artikel 10.40

  1. Gedeputeerde staten verstrekken elke vijf jaar uiterlijk op 31 maart de gegevens, bedoeld in artikel 11.49, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

  2. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat publiceert elke vijf jaar uiterlijk op 29 juni in de Staatscourant:

    1. de door gedeputeerde staten verstrekte gegevens; en

    2. de gegevens, bedoeld in artikel 11.49, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 10.41

  1. Degene die een geluidbron beheert, verstrekt op verzoek van het bestuursorgaan dat is belast met de vaststelling van een geluidbelastingkaart als bedoeld in artikel 20.17, eerste lid, onder a, van de wet, alle gevraagde gegevens voor zover dat bestuursorgaan daar zelf geen toegang toe heeft.

  2. De gegevens worden binnen drie maanden na de dag waarop het verzoek is ontvangen verstrekt, of, wanneer de gevraagde gegevens nog niet beschikbaar zijn, onverwijld nadat die beschikbaar zijn gekomen.

Artikel 10.42

Als dat nodig is voor de vaststelling van een geluidbelastingkaart als bedoeld in artikel 20.17, eerste lid, onder a, van de wet, verstrekken bestuursorganen elkaar op verzoek alle gevraagde gegevens voor zover het verzoekende bestuursorgaan daar geen toegang toe heeft.

Artikel 10.42a

  1. De volgende bestuursorganen verstrekken de volgende gegevens op elektronische wijze aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat binnen de daarbij aangegeven termijn:

    1. het college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder a, onder 1°, onder 3° tot en met 5° en onder 8°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, binnen vier weken na bekendmaking van hun besluit tot vaststelling van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde;

    2. het college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder a, onder 2°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, op de dag van bekendmaking van hun besluit tot vaststelling van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde;

    3. het college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten, Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de beheerder, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Spoorwegwet, verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder a, onder 6° en 7°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, over een kalenderjaar voor 18 juli van het daarop volgende jaar;

    4. het college van burgemeester en wethouders en het dagelijks bestuur van het waterschap verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder b, onder 1°, 2°, 3° en 6°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, binnen vier weken:

      1. na het bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, bedoeld in artikel 11.46, derde lid, van dat besluit;

      2. nadat toepassing is gegeven aan artikel 3.27, zesde lid, van dat besluit; en

      3. nadat hun besluit tot aanleg van een weg of spoorweg als bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, onder b, van dat besluit is genomen;

    5. het college van burgemeester en wethouders en het dagelijks bestuur van het waterschap verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder b, onder 4° en 5°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, binnen vier weken na het uiterste tijdstip, bedoeld in artikel 10.42c, eerste lid, onder b;

    6. gedeputeerde staten, Onze Minister van Defensie en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving binnen vier weken na de bekendmaking van hun luchthavenbesluit;

    7. het college van burgemeester en wethouders, de gemeenteraad, gedeputeerde staten, Onze Minister voor Klimaat en Energie en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, binnen vier weken na de bekendmaking van hun besluit tot vaststelling van het omgevingsplan dat, de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die of het projectbesluit dat waarden bevat voor het geluid door een windturbine of een windpark op een industrieterrein; en

    8. het college van burgemeester en wethouders, de gemeenteraad, gedeputeerde staten, Onze Minister van Defensie en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder e, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, binnen vier weken na de bekendmaking van hun besluit tot vaststelling van het omgevingsplan dat, de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die of het projectbesluit dat waarden bevat voor het geluid door een civiele buitenschietbaan, een militaire buitenschietbaan of een militair springterrein op een industrieterrein.

  2. De bestuursorganen, bedoeld in het eerste lid, verstrekken onverwijld gecorrigeerde gegevens nadat is gebleken dat eerder door hen verstrekte gegevens onjuist zijn.

Artikel 10.42b

  1. Voor industrieterreinen in een gemeente die niet ligt in een bij ministeriële regeling aangewezen agglomeratie, doet het college van burgemeester en wethouders voor 18 juli 2029 en daarna elke vijf jaar verslag van de resultaten van de monitoring, bedoeld in artikel 11.45 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de wijze waarop is voldaan aan de resultaatsverplichting, bedoeld in artikel 3.44 van dat besluit. Het verslag bevat daarnaast:

    1. een overzicht van de op grond van artikel 2.11a van de wet vastgestelde geluidproductieplafonds waarbij toepassing is gegeven aan artikel 3.37 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

    2. een beschrijving van de ontwikkelingen van het bronbeleid en andere relevante ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de geluidproductieplafonds als bedoeld onder a;

    3. een motivering of de ontwikkelingen, bedoeld onder b, aanleiding geven tot intrekking of wijziging van geluidproductieplafonds als bedoeld onder a;

    4. de conclusies naar aanleiding van de resultaten van de monitoring, bedoeld in artikel 11.45 van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

    5. een overzicht van de maatregelen die naar verwachting de komende vijf jaar nodig zijn om te voldoen aan de resultaatsverplichting, bedoeld in artikel 3.44 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

  2. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat doet jaarlijks verslag van de resultaten van de monitoring, bedoeld in artikel 11.45 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de wijze waarop is voldaan aan de resultaatsverplichting, bedoeld in artikel 3.44 van dat besluit.

  3. De beheerder, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Spoorwegwet, doet jaarlijks aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verslag van de resultaten van de monitoring, bedoeld in artikel 11.45 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de wijze waarop is voldaan aan de resultaatsverplichting, bedoeld in artikel 3.44 van dat besluit.

  4. Als toepassing is gegeven aan artikel 3.46, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, doen het college van burgemeesters en wethouders en gedeputeerde staten elk jaar voor 18 juli voor de betrokken geluidproductieplafonds verslag van de monitoring, bedoeld in artikel 11.45 van dat besluit.

  5. Het verslag van de monitoring wordt voor een ieder elektronisch beschikbaar gesteld.

Artikel 10.42c

  1. Het college van burgemeester en wethouders doet aan de gemeenteraad en het dagelijks bestuur van een waterschap doet aan het algemeen bestuur van het waterschap:

    1. uiterlijk op het bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, bedoeld in artikel 11.46, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, verslag van de waarde van de basisgeluidemissie, bedoeld in dat artikel; en

    2. uiterlijk op 18 juli 2029 en vervolgens elke vijf jaar uiterlijk op 18 juli verslag van de resultaten van de monitoring, bedoeld in artikel 11.47 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

  2. Het verslag, bedoeld in het eerste lid, onder b, bevat ten minste:

    1. de afweging van geluidbeperkende en geluidwerende maatregelen voor gebouwen als bedoeld in artikel 3.28 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

    2. een overzicht van de geluidgevoelige gebouwen waarvoor op grond van artikel 3.52, eerste lid, onder a of b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving een besluit over het treffen van geluidwerende maatregelen wordt genomen; en

    3. de wijzigingen van de basisgeluidemissie ten opzichte van het vorige verslag.

  3. Het verslag van de waarde van de basisgeluidemissie en het verslag van de resultaten van de monitoring worden voor een ieder elektronisch beschikbaar gesteld.

Artikel 10.42c1

  1. Als de kwaliteit van de bodem wordt hersteld als bedoeld in artikel 5.4, aanhef en onder f, van het Besluit activiteiten leefomgeving, stelt het bevoegd gezag voor het publiek relevante informatie daarover elektronisch beschikbaar.

  2. De gegevens worden pas beschikbaar gesteld nadat de juistheid van die gegevens deugdelijk is vastgesteld.

Artikel 10.42c2

Het bevoegd gezag voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het storten van afvalstoffen of het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het storten van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen op een stortplaats, bedoeld in de artikelen 3.84, eerste lid, aanhef en onder a en b, en 3.85, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, verstrekt, voor zover op de stortplaats alleen baggerspecie wordt gestort en de stortplaats niet is gelegen in een oppervlaktewaterlichaam, een afschrift van de resultaten, bedoeld in artikel 8.62n, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Artikel 10.42c3

Wanneer het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, beschikt over gegevens als bedoeld in artikel 4.685b van dat besluit, stelt het die gegevens beschikbaar aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Artikel 10.42d

Een PRTR-verslag wordt ingediend met gebruikmaking van een elektronisch formulier. Het formulier wordt door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat beschikbaar gesteld op e-mjv.nl.

Artikel 10.43

Het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 11.56 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, doet van het uitstel van de afgifte van de verklaring, bedoeld in artikel 11.57, derde lid, van dat besluit, uiterlijk op 30 juni van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar, schriftelijk mededeling aan degene die de activiteit, bedoeld in bijlage I bij de PRTR-verordening, verricht.

Artikel 10.44

  1. Het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 11.56 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, verstrekt de gegevens, bedoeld in artikel 5.10 van het Besluit activiteiten leefomgeving, na de kwaliteit daarvan te hebben beoordeeld, telkens uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar in elektronische vorm aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing:

    1. op gegevens waarover het bestuursorgaan op grond van artikel 11.57, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving heeft verklaard dat ze niet aan artikel 5.10, 5.12 of 5.13 van het Besluit activiteiten leefomgeving voldoen; of

    2. als het bestuursorgaan op grond van artikel 11.58 van het Besluit kwaliteit leefomgeving heeft verklaard dat geen PRTR-verslag is ingediend.

  3. In de gevallen, bedoeld in het tweede lid, meldt het bestuursorgaan aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat dat een verklaring als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder a of onder b, is afgegeven, uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar of, als dat eerder is, zodra die verklaring in werking is getreden.

Artikel 10.45

  1. Als het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 11.56 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, op grond van artikel 11.60, eerste lid, van dat besluit heeft beslist bepaalde in het PRTR-verslag opgenomen gegevens niet aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat te verstrekken, deelt dat bestuursorgaan uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat mee:

    1. welk type informatie geheim is gehouden; en

    2. welke uitzonderingsgrond, bedoeld in artikel 5.1 van de Wet open overheid, is toegepast.

  2. De mededeling bevat een samenvatting van de motivering van de beslissing.

  3. Als de mededeling betrekking heeft op het geheimhouden van de naam van een verontreinigende stof, wordt de naam aangegeven van de groep verontreinigende stoffen, bedoeld in bijlage VI bij het Besluit activiteiten leefomgeving, waartoe de geheimgehouden verontreinigende stof behoort.

  4. In afwijking van artikel 10.44, eerste lid, worden gegevens waarvoor een verzoek als bedoeld in artikel 11.60, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving is afgewezen, niet eerder verstrekt dan nadat dat besluit in werking is getreden.

Artikel 10.46

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt de gegevens en verklaringen, bedoeld in artikel 11.63 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, uiterlijk op 31 maart van het tweede kalenderjaar volgend op het verslagjaar per verslagjaar beschikbaar via het PRTR, bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 10.31a

Het formulier, bedoeld in artikel 5.24a, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat beschikbaar gesteld op www.e-mjv.nl.

Artikel 10.31b

Het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, verstrekt de gegevens die verstrekt zijn overeenkomstig artikel 5.24a, tweede lid, van dat besluit, onverwijld aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Artikel 10.48

Een instantie of een bestuursorgaan, aangewezen als siteholder in het managementplan, bedoeld in de Operational guidelines for the implementation of the World Heritage Convention, verstrekt aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op verzoek de gegevens die nodig zijn om te kunnen voldoen aan artikel 29 van het werelderfgoedverdrag.

Artikel 10.49

  1. Als een instantie of een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 10.48 op de hoogte is van een voornemen om een activiteit te verrichten die de uitzonderlijke universele waarde van een werelderfgoed kan aantasten, stelt die instantie of dat bestuursorgaan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap daarvan zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval voordat zich onomkeerbare gevolgen kunnen voordoen, op de hoogte.

  2. Het eerste lid is ook van toepassing op een ander bestuursorgaan dat is belast met de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van de wet als het werelderfgoed op zijn grondgebied ligt of als de uitoefening van een taak of bevoegdheid de uitzonderlijke universele waarde van een werelderfgoed kan aantasten.

Artikel 10.49a

Onze Minister voor Klimaat en Energie stelt de broeikasgasinventarissen, bedoeld in artikel 11.66, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, elektronisch beschikbaar.

Artikel 10.49b

Onze Minister voor Klimaat en Energie brengt berichten over maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik die via de elektronische voorziening, bedoeld in artikel 5.15c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 3.84a, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving, zijn ingediend, onverwijld binnen het bereik van het bevoegd gezag.

Artikel 10.49c

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat brengt berichten over emissies van kooldioxide door werkgebonden personenmobiliteit die via de elektronische voorziening, bedoeld in artikel 18.15, vierde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn ingediend, onverwijld binnen het bereik van het bevoegd gezag.

Artikel 10.49d

Onze Minister voor Klimaat en Energie verstrekt de gegevens die via de elektronische voorziening, bedoeld in artikel 5.16c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, openbaar zijn gemaakt, aan de Europese Commissie.

← terug naar Omgevingsbesluit