Omgevingsbesluit

Inhoud

Artikel 4.14

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 21-01-2026.
  1. Dit artikel is alleen van toepassing als:

    1. het college van burgemeester en wethouders niet behoort tot de bij de aanvraag betrokken bestuursorganen, bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, van de wet; en

    2. op grond van de artikelen 4.6, 4.7, 4.9, 4.10, 4.11, 4.11a, 4.12, eerste lid, en 4.13 nog geen bevoegd gezag is aangewezen.

  2. Gedeputeerde staten beslissen op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een combinatie van activiteiten die bestaat uit:

    1. een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid; en

    2. een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.7.

  3. Onze Minister van Defensie beslist op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een combinatie van activiteiten die bestaat uit:

    1. een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.9; en

    2. een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, of 4.7.

  4. Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat beslist op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een combinatie van activiteiten die bestaat uit:

    1. een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.10, eerste lid; en

    2. een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, of 4.7.

  5. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat beslist op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een combinatie van activiteiten die bestaat uit:

    1. een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.11, eerste lid; en

    2. een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, of 4.7.

  6. Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit beslist op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een combinatie van activiteiten die bestaat uit:

    1. een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.11a; en

    2. een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, of 4.7.

  7. Onze Minister voor Natuur en Stikstof beslist op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een combinatie van activiteiten die bestaat uit:

    1. een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.12, eerste lid; en

    2. een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, of 4.7.

  8. Voor zover op grond van het tweede tot en met zevende lid nog geen bevoegd gezag is aangewezen, beslist Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag betrekking heeft op een combinatie van activiteiten die bestaat uit:

    1. een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.9, 4.10, eerste lid, 4.11, eerste lid, 4.11a, 4.12, eerste lid, of 4.13; en

    2. in voorkomend geval een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, of 4.7.

01-07-2026 Huidig 21-01-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 30-12-2025 Historisch 29-08-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-07-2024 Historisch 07-05-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2024.

Tekst van deze versie

  1. Dit artikel is alleen van toepassing als:

    1. het college van burgemeester en wethouders niet behoort tot de bij de aanvraag betrokken bestuursorganen, bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, van de wet; en

    2. op grond van de artikelen 4.6, 4.7, 4.9, 4.10, 4.11, 4.11a, 4.12, eerste lid, en 4.13 nog geen bevoegd gezag is aangewezen.

  2. Gedeputeerde staten beslissen op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een combinatie van activiteiten die bestaat uit:

    1. een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid; en

    2. een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.7.

  3. Onze Minister van Defensie beslist op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een combinatie van activiteiten die bestaat uit:

    1. een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.9; en

    2. een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, of 4.7.

  4. Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat beslist op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een combinatie van activiteiten die bestaat uit:

    1. een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.10, eerste lid; en

    2. een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, of 4.7.

  5. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat beslist op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een combinatie van activiteiten die bestaat uit:

    1. een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.11, eerste lid; en

    2. een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, of 4.7.

  6. Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit beslist op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een combinatie van activiteiten die bestaat uit:

    1. een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.11a; en

    2. een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, of 4.7.

  7. Onze Minister voor Natuur en Stikstof beslist op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een combinatie van activiteiten die bestaat uit:

    1. een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.12, eerste lid; en

    2. een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, of 4.7.

  8. Voor zover op grond van het tweede tot en met zevende lid nog geen bevoegd gezag is aangewezen, beslist Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag betrekking heeft op een combinatie van activiteiten die bestaat uit:

    1. een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.9, 4.10, eerste lid, 4.11, eerste lid, 4.11a, 4.12, eerste lid, of 4.13; en

    2. in voorkomend geval een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, of 4.7.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Omgevingsbesluit