-
De vereisten voor de inschrijving voor de specialisatie internationale kinderontvoeringszaken zijn:
succesvol hebben deelgenomen aan een door de Raad goedgekeurde cursus op het gebied van internationale kinderontvoering, waarbij in ieder geval kennis is opgedaan van het Haags Kinderontvoeringsverdrag van 25 oktober 1980 (HKOV), de Uitvoeringswet inzake internationale ontvoering van kinderen van 2 mei 1990, de Verordening Brussel II Bis, het Haags Kinderbeschermingsverdrag van 1996 (HKBV) en cross border mediation. De cursus is minder dan drie jaar voor het verzoek tot inschrijving gevolgd; en
het behandeld hebben van tenminste drie internationale kinderontvoeringszaken onder begeleiding van een minimaal drie jaar voor de specialisatie internationale kinderontvoeringszaken ingeschreven advocaat.
-
Het aantal van drie zaken zoals omschreven in het eerste lid sub b moet zijn meegelopen met minimaal twee verschillende advocaten in een periode van drie jaar voorafgaand aan het indienen van een verzoek om inschrijving voor dit terrein.
-
De eis van begeleiding zoals omschreven in het eerste lid sub b geldt niet voor advocaten die in de periode van drie jaar voorafgaand aan het indienen van het verzoek om inschrijving voor dit terrein drie internationale kinderontvoeringszaken zonder begeleiding hebben behandeld.
Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2026-II Actueel
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Kantoororganisatie (artikel 15, eerste lid sub c van de wet)
Paragraaf 1 Aanvragen en declareren van toevoegingen
Paragraaf 2 Behandeling en overdracht van zaken
Paragraaf 3 Overige organisatorische bepalingen
Hoofdstuk 3 Eisen aan de verslaglegging (artikel 15, eerste lid sub d van de wet)
Hoofdstuk 4 Maximum aantal toevoegingen (artikel 15, eerste lid sub a van de wet)
Hoofdstuk 5 Deskundigheidseisen – algemene bepalingen (artikel 15 lid 1 sub b van de wet)
Paragraaf 1 Algemene eisen
Paragraaf 2 Algemene eisen met betrekking tot de in- en uitschrijving voor een specialisatie
Paragraaf 3 Algemene eisen met betrekking tot de voortzetting van een specialisatie
Paragraaf 4 Toetsing door de Raad of blijvend aan de voorwaarden wordt voldaan
Paragraaf 5 Overige algemene bepalingen
Hoofdstuk 6 Deskundigheid op bepaalde rechtsgebieden (art. 15 lid 1 sub b van de wet)
Paragraaf 1 Deskundigheidseisen voor de specialisatie strafrecht en de strafpiketplanning
Paragraaf 2 Deskundigheidseisen voor de specialisatie jeugdstrafrecht
Paragraaf 3 Deskundigheidseisen voor de specialisatie slachtofferzaken
Paragraaf 4 Deskundigheidseisen voor de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht en het psychiatrisch patiëntenpiket
Paragraaf 5 Deskundigheidseisen voor de specialisatie vreemdelingenrecht en de vreemdelingenpiketplanning
Paragraaf 6 Deskundigheidseisen voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht en het AC-rooster
Paragraaf 7 Deskundigheidseisen voor de specialisatie personen- en familierecht
Paragraaf 8 Deskundigheidseisen voor de specialisatie internationale kinderontvoeringszaken
Paragraaf 9 Deskundigheidseisen voor bijzondere curatoren
Paragraaf 10 Deskundigheidseisen voor de specialisatie civiel jeugdrecht
Paragraaf 11 Deskundigheidseisen voor de specialisatie arbeidsrecht
Paragraaf 12 Deskundigheidseisen voor de specialisatie huurrecht
Paragraaf 13 Deskundigheidseisen voor de specialisatie sociaal zekerheidsrecht
Hoofdstuk 7 Slotbepalingen
Bijlage 1 Distributieregeling AC
Bijlage 2 Gedragscode voor advocaten in het personen- en familierecht
Bijlage 3 Indeling van specialisaties in specialisatiegroepen ten behoeve van het maximum van vier specialisatiegroepen
Paragraaf 8
Deskundigheidseisen voor de specialisatie internationale kinderontvoeringszaken
Artikel 6.35
De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie internationale kinderontvoeringszaken zijn het behalen van vier opleidingspunten op het terrein van internationale kinderontvoeringzaken, te behalen door het bijwonen van tenminste twee bijeenkomsten per jaar op het gebied van internationale kinderontvoering waarbij rechtsontwikkelingen en jurisprudentie op het gebied van internationale kinderontvoering worden besproken, georganiseerd door een door de Raad goedgekeurde instelling.