-
De vereisten voor de voorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie personen- en familierecht zijn:
het met succes voltooid hebben van:
- 1°
een door de Raad goedgekeurde basisopleiding personen- en familierecht ter waarde van twintig opleidingspunten in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving, althans aan te tonen dat de advocaat zich voor een dergelijke opleiding heeft aangemeld; of
- 2°
het met succes voltooid hebben van de major Burgerlijk Recht van de beroepsopleiding van september 2013 tot maart 2021 en zich aangemeld hebben voor het groot keuzevak (Echt)scheidingsrecht van de beroepsopleiding; of
- 3°
het zich aangemeld hebben voor de hoofdpraktijk privaatrecht en de leerpraktijk familierecht van de beroepsopleiding vanaf maart 2021; of
- 4°
het aantoonbaar aspirant-lid zijn van de vereniging van Familierechtadvocaten Scheidingsmediators (vFAS); en
- 1°
het bereid zijn om de gedragscode voor advocaten in het personen- en familierecht te hanteren (bijlage 2).
-
De voorwaardelijke inschrijving geldt voor de duur van één jaar of, indien de advocaat is ingeschreven op grond van het eerste lid, sub a onder 3°, voor de duur van twee jaar.
-
De advocaat behandelt gedurende de voorwaardelijke inschrijving tenminste tien zaken per jaar op het terrein van het personen- en familierecht onder begeleiding van een onvoorwaardelijk voor de specialisatie personen- en familierecht ingeschreven advocaat en voldoet aan het eind van de voorwaardelijke inschrijving de in het eerste lid onder a genoemde cursus of het daar genoemde vak met succes voltooid.
-
Onder begeleiding als bedoeld in het derde lid wordt verstaan dat de voorwaardelijk ingeschreven advocaat ten minste periodiek gesprekken heeft gevoerd met de begeleidende advocaat over de zaak en de te voeren strategie.
-
De Raad gaat voor het in het derde lid genoemde aantal zaken uit van de toevoegingen in de eigen administratie op naam van de voorwaardelijk ingeschreven advocaat. De advocaat kan op de wijze als omschreven in artikel 5.8 de Raad verzoeken betalende zaken in de telling te betrekken.
-
De Raad zet de voorwaardelijke inschrijving na de periode genoemd in het tweede lid en zodra is gebleken dat aan de voorwaarden genoemd in het derde lid is voldaan, om naar een onvoorwaardelijke inschrijving.
-
De vereisten genoemd in het eerste lid tot en met het zesde lid zijn niet van toepassing op advocaten die aantoonbaar lid zijn van de vereniging van Familierechtadvocaten Scheidingsmediators (vFAS).
Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2026-II Actueel
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Kantoororganisatie (artikel 15, eerste lid sub c van de wet)
Paragraaf 1 Aanvragen en declareren van toevoegingen
Paragraaf 2 Behandeling en overdracht van zaken
Paragraaf 3 Overige organisatorische bepalingen
Hoofdstuk 3 Eisen aan de verslaglegging (artikel 15, eerste lid sub d van de wet)
Hoofdstuk 4 Maximum aantal toevoegingen (artikel 15, eerste lid sub a van de wet)
Hoofdstuk 5 Deskundigheidseisen – algemene bepalingen (artikel 15 lid 1 sub b van de wet)
Paragraaf 1 Algemene eisen
Paragraaf 2 Algemene eisen met betrekking tot de in- en uitschrijving voor een specialisatie
Paragraaf 3 Algemene eisen met betrekking tot de voortzetting van een specialisatie
Paragraaf 4 Toetsing door de Raad of blijvend aan de voorwaarden wordt voldaan
Paragraaf 5 Overige algemene bepalingen
Hoofdstuk 6 Deskundigheid op bepaalde rechtsgebieden (art. 15 lid 1 sub b van de wet)
Paragraaf 1 Deskundigheidseisen voor de specialisatie strafrecht en de strafpiketplanning
Paragraaf 2 Deskundigheidseisen voor de specialisatie jeugdstrafrecht
Paragraaf 3 Deskundigheidseisen voor de specialisatie slachtofferzaken
Paragraaf 4 Deskundigheidseisen voor de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht en het psychiatrisch patiëntenpiket
Paragraaf 5 Deskundigheidseisen voor de specialisatie vreemdelingenrecht en de vreemdelingenpiketplanning
Paragraaf 6 Deskundigheidseisen voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht en het AC-rooster
Paragraaf 7 Deskundigheidseisen voor de specialisatie personen- en familierecht
Paragraaf 8 Deskundigheidseisen voor de specialisatie internationale kinderontvoeringszaken
Paragraaf 9 Deskundigheidseisen voor bijzondere curatoren
Paragraaf 10 Deskundigheidseisen voor de specialisatie civiel jeugdrecht
Paragraaf 11 Deskundigheidseisen voor de specialisatie arbeidsrecht
Paragraaf 12 Deskundigheidseisen voor de specialisatie huurrecht
Paragraaf 13 Deskundigheidseisen voor de specialisatie sociaal zekerheidsrecht
Hoofdstuk 7 Slotbepalingen
Bijlage 1 Distributieregeling AC
Bijlage 2 Gedragscode voor advocaten in het personen- en familierecht
Bijlage 3 Indeling van specialisaties in specialisatiegroepen ten behoeve van het maximum van vier specialisatiegroepen
Paragraaf 7
Artikel 6.33
-
De vereisten voor de voortzetting van de onvoorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie personen- en familierecht zijn:
het behandelen van tenminste vijftien zaken per jaar op het terrein van het personen- en familierecht; en
het behalen van tenminste tien opleidingspunten per jaar op het terrein van het personen- en familierecht. Opleidingspunten behaald op het terrein van vaardigheden op het personen- en familierecht tellen voor dit aantal mee.
-
Advocaten die tevens ingeschreven staan als mediator voor de specialisatie personen- en familierecht bij de Raad behandelen in afwijking van het in het eerste lid onder a gestelde voor beide specialisaties in totaal vijftien zaken per jaar, waarvan tenminste zeven familiemediations.
-
Advocaten die tevens ingeschreven staan als mediator voor de specialisatie personen- en familierecht bij de Raad, behalen in afwijking van het in het eerste lid onder b gestelde voor beide specialisaties in totaal tien opleidingspunten, waarvan vijf opleidingspunten op het terrein van familiemediation.