Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2026-II Actueel

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Kantoororganisatie (artikel 15, eerste lid sub c van de wet)
Hoofdstuk 3 Eisen aan de verslaglegging (artikel 15, eerste lid sub d van de wet)
Hoofdstuk 4 Maximum aantal toevoegingen (artikel 15, eerste lid sub a van de wet)
Hoofdstuk 5 Deskundigheidseisen – algemene bepalingen (artikel 15 lid 1 sub b van de wet)
Paragraaf 1 Algemene eisen
Paragraaf 2 Algemene eisen met betrekking tot de in- en uitschrijving voor een specialisatie
Paragraaf 3 Algemene eisen met betrekking tot de voortzetting van een specialisatie
Paragraaf 4 Toetsing door de Raad of blijvend aan de voorwaarden wordt voldaan
Paragraaf 5 Overige algemene bepalingen
Hoofdstuk 6 Deskundigheid op bepaalde rechtsgebieden (art. 15 lid 1 sub b van de wet)
Paragraaf 1 Deskundigheidseisen voor de specialisatie strafrecht en de strafpiketplanning
Paragraaf 2 Deskundigheidseisen voor de specialisatie jeugdstrafrecht
Paragraaf 3 Deskundigheidseisen voor de specialisatie slachtofferzaken
Paragraaf 4 Deskundigheidseisen voor de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht en het psychiatrisch patiëntenpiket
Paragraaf 5 Deskundigheidseisen voor de specialisatie vreemdelingenrecht en de vreemdelingenpiketplanning
Paragraaf 6 Deskundigheidseisen voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht en het AC-rooster
Paragraaf 7 Deskundigheidseisen voor de specialisatie personen- en familierecht
Paragraaf 8 Deskundigheidseisen voor de specialisatie internationale kinderontvoeringszaken
Paragraaf 9 Deskundigheidseisen voor bijzondere curatoren
Paragraaf 10 Deskundigheidseisen voor de specialisatie civiel jeugdrecht
Paragraaf 11 Deskundigheidseisen voor de specialisatie arbeidsrecht
Paragraaf 12 Deskundigheidseisen voor de specialisatie huurrecht
Paragraaf 13 Deskundigheidseisen voor de specialisatie sociaal zekerheidsrecht
Hoofdstuk 7 Slotbepalingen
Bijlage 1 Distributieregeling AC
Bijlage 2 Gedragscode voor advocaten in het personen- en familierecht
Bijlage 3 Indeling van specialisaties in specialisatiegroepen ten behoeve van het maximum van vier specialisatiegroepen

Hoofdstuk 6

Deskundigheid op bepaalde rechtsgebieden (art. 15 lid 1 sub b van de wet)

Artikel 6.1

  1. De vereisten voor de inschrijving voor de specialisatie strafrecht zijn:

    1. het met succes voltooid hebben van:

      1. het onderdeel strafrecht in de beroepsopleiding van vóór september 2013; of

      2. de minor strafrecht en de bijbehorende toets van de beroepsopleiding van september 2013 tot maart 2021 of het eerste deel van de major strafrecht (de vier cursusonderdelen die samen de minor strafrecht vormen: Onderwerp 1: Rol en taakopvatting raadsman. Onderwerp 2: Beslissingsschema en hoofdlijnen bewijsrecht. Onderwerp 3: Materieel strafrecht. Onderwerp 4: Formeel Strafrecht); of

      3. de eerste zes dagdelen van de hoofdpraktijk Strafrecht (beroepsopleiding vanaf maart 2021) met de volgende onderdelen: 1. Strafrechtadvocaat en piketfase (twee dagdelen), 2. Schriftelijke vaardigheden (twee dagdelen) en 3. Materieel strafrecht en voorlopige hechtenis en strategie (twee dagdelen); of

      4. een door de Raad goedgekeurde cursus op het terrein van het strafrecht in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving;

    2. het onder begeleiding van een reeds voor de specialisatie strafrecht ingeschreven advocaat behandeld hebben van vijf strafzaken.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op rechters en officieren in opleiding (Rio’s en Oio’s) gedurende hun buitenstage in de advocatuur.

Artikel 6.2

De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie strafrecht zijn:

  1. het behandelen van tenminste vijftien zaken per jaar op het terrein van het strafrecht;

  2. het behalen van tenminste tien opleidingspunten per jaar op het terrein van het strafrecht; en

  3. het tenminste één maal per twee jaar volgen van een actualiteitencursus op het terrein van het strafrecht. Een gevolgde cursus kan desgewenst opgegeven worden voor de in sub b genoemde tien opleidingspunten per jaar.

Artikel 6.3

  1. De vereisten voor de inschrijving voor de strafpiketplanning zijn:

    1. het voldoen aan de eisen in artikel 6.1;

    2. het met succes gevolgd hebben van een door de Raad goedgekeurde strafpiketcursus in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving voor de strafpiketplanning;

    3. het onder begeleiding van een reeds voor de strafpiketplannning ingeschreven advocaat behandeld hebben van zes piketzaken, waarvan tenminste drie zaken tot en met de behandeling door de rechter-commissaris; en

    4. het zich houden aan het door de Raad vastgestelde reglement piket.

  2. Het eerste lid sub a t/m c is niet van toepassing op rechters en officieren in opleiding (Rio’s en Oio’s) gedurende hun buitenstage in de advocatuur.

  3. Het eerste lid sub b is niet van toepassing op advocaten die de eerste vier dagdelen van de hoofdpraktijk Strafrecht (beroepsopleiding vanaf maart 2021) hebben gevolgd.

Artikel 6.4

  1. De Raad hanteert een militair strafpiketplanning inzake piketbijstand aan militairen verblijvend in het buitenland n.a.v. de brief van het College van Procureurs-Generaal van 11 oktober 2016 met betrekking tot consultatie- en verhoorbijstand militairen in operatie- en oefengebieden in het buitenland.

  2. De vereisten voor de inschrijving voor de militair strafpiketplanning zijn:

    1. het ingeschreven staan voor de strafpiketplanning; en

    2. het lidmaatschap van de militaire balie

Artikel 6.5

  1. De vereisten voor de inschrijving voor de WOTS-WETS-Uitlevering-en overleveringspiketplanning zijn:

    1. het reeds voor een periode van minimaal drie jaar deelnemen aan de strafpiketplanning;

    2. het in de afgelopen drie jaar behandeld hebben of meegelopen hebben van minimaal één uitleveringszaak en drie overleveringszaken;

    3. het in de afgelopen drie jaar behandeld hebben of meegelopen hebben van minimaal één WOTS zaak of één WETS zaak; en

    4. in de afgelopen twee jaar te hebben deelgenomen aan een of meer cursussen van minimaal vier opleidingspunten waarin het uit- en overleveringsrecht, de WOTS en de WETS zijn behandeld.

  2. In verband met het noodzakelijke onderhouden van de ervaring wordt waar nodig een wachtlijst voor inschrijving voor de piketplanning gehanteerd. Belangstellenden voor toelating tot piketplanning worden op datum van aanmelding geregistreerd. Nieuwe toelating vindt pas plaats als het aantal zaken per deelnemende advocaat in een jaar gemiddeld niet onder vijf toevoegingen daalt. Mogelijke toelating wordt door de Raad aangekondigd als het volgen van een cursus, die vereist is voor toelating, mogelijk is.

Artikel 6.6

De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor het WOTS-WETS-Uitlevering- en overleveringspiket zijn:

  1. het behandelen van tenminste drie WOTS-WETS uitlevering/overleveringszaken (toevoegingen en/of piketzaken) per jaar; en

  2. het tweejaarlijks volgen van een door de Raad goedgekeurde cursus WOTS-WETS- Uitleverings-/Overleveringsrecht van minimaal vier opleidingspunten.

Artikel 6.7

  1. De vereisten voor de inschrijving voor de specialisatie jeugdstrafrecht zijn:

    1. het beschikken over minimaal drie jaar relevante beroepservaring;

    2. het met goed gevolg hebben afgerond van de beroepsopleiding tot september 2013 of het eerste leerjaar van de beroepsopleiding van september 2013 tot maart 2021 met minor of major strafrecht of het eerste leerjaar van de beroepsopleiding vanaf maart 2021 met hoofdpraktijk strafrecht;

    3. het in de afgelopen drie jaar behaald hebben van twaalf opleidingspunten op het terrein van het jeugdstrafrecht; en

    4. het onder begeleiding van een drie jaar voor de specialisatie jeugdstrafrecht ingeschreven advocaat behandeld hebben van minimaal drie jeugdstrafzaken.

  2. Onder relevante beroepservaring bedoeld in het eerste lid onder a wordt verstaan: drie jaar werkervaring als beëdigd advocaat. Een kortere werkervaring als advocaat volstaat, mits die gecombineerd wordt met relevante en gelijkwaardige werkervaring elders, bijvoorbeeld in een beroep bij het Openbaar Ministerie, de Rechterlijke Macht, de Politie of Jeugdzorg.

  3. Advocaten die het eerste leerjaar van de beroepsopleiding hebben afgerond en de onderdelen van de beroepsopleiding genoemd in het eerste lid onder b niet hebben afgerond moeten in plaats daarvan de in artikel 6.1, eerste lid onder a, 4° genoemde cursus in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving hebben gevolgd.

Artikel 6.8

  1. De vereisten voor de voortzetting van de specialisatie jeugdstrafrecht zijn:

    1. het behandelen van tenminste zes toegevoegde zaken per jaar op het terrein van het jeugdstrafrecht;

    2. het behalen van tenminste acht opleidingspunten per jaar op het terrein van het jeugdstrafrecht, waaronder tenminste één actualiteitencursus. Opleidingspunten behaald op het terrein van vaardigheden op het terrein van het jeugdstrafrecht tellen voor dit aantal mee; en

    3. indien de advocaat reeds drie jaar voor de specialisatie staat ingeschreven: het verlenen van medewerking aan het laten meelopen van collega’s bij zittingen op het terrein van het jeugdstrafrecht.

  2. De opleidingspunten bedoeld in het eerste lid onder b kunnen tot een maximum van vier opleidingspunten per jaar worden opgegeven voor de voortzetting van de specialisatie strafrecht bij de Raad.

  3. De advocaat kan, op het moment dat de Raad bij de advocaat toetst of aan de voorwaarde in het eerste lid onder a wordt voldaan, de Raad verzoeken om ontheffing indien het zaaksaanbod in het gebied waar de regeling van toepassing is, te gering is om aan die voorwaarde te voldoen.

Artikel 6.9

  1. De vereisten voor de inschrijving voor de jeugdstrafpiketplanning zijn:

    1. het voldoen aan de eisen in artikel 6.7;

    2. het met succes gevolgd hebben van een door de Raad goedgekeurde strafpiketcursus in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving; en

    3. het houden aan het door de Raad vastgestelde reglement piket.

  2. Het eerste lid sub b is niet van toepassing op advocaten die de hoofdpraktijk strafrecht van de beroepsopleiding succesvol hebben afgerond.

Artikel 6.10

  1. De vereisten voor de inschrijving voor de specialisatie slachtofferzaken zijn:

    1. aantoonbaar lid zijn van één van de volgende verenigingen/netwerken:

      1. Vereniging van Letselschadeadvocaten;

      2. Vereniging van advocaten voor slachtoffers van personenschade;

      3. Landelijk Advocaten Netwerk Gewelds- en Zedenslachtoffers;

    2. voor advocaten die geen lid zijn van een van de in het eerste lid sub a genoemde verenigingen/netwerken gelden de volgende voorwaarden:

      1. het met succes voltooid hebben van een door de Raad goedgekeurde basisopleiding letsel- en slachtofferzaken ter waarde van twintig opleidingspunten in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving; en

      2. het onder begeleiding van een voor de specialisatie slachtofferzaken ingeschreven advocaat behandeld hebben van tenminste drie zaken op het terrein van deze specialisatie.

  2. Het eerste lid onder b, 2° is niet van toepassing op advocaten die in de periode van twee jaar voorafgaand aan het indienen van het verzoek om inschrijving voor dit terrein drie zaken zonder begeleiding hebben behandeld.

Artikel 6.11

  1. De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie slachtofferzaken zijn:

    1. Het behandelen van tenminste zes zaken per jaar op het terrein van rechtsbijstand aan slachtoffers van een misdrijf (O013/Z110); en

    2. Het behalen van tenminste vijf opleidingspunten per jaar op het terrein van het voegen van een civiele vordering van het slachtoffer van een ernstig gewelds- of zedenmisdrijf in het strafproces waarbij zowel civielrechtelijke als strafrechtelijke aspecten aan bod komen.

  2. Opleidingsactiviteiten vanuit de vereniging/het netwerk tellen mee voor het in het eerste lid onder b genoemde aantal opleidingspunten.

Artikel 6.12

  1. De vereisten voor de inschrijving voor de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht en het psychiatrisch patiëntenpiket zijn:

    1. het voltooid hebben van de stage;

    2. het met succes gevolgd hebben van een door de Raad goedgekeurde cursus op het gebied van het psychiatrisch patiëntenrecht in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving;

    3. het onder begeleiding minimaal twee verschillende advocaten die minimaal drie jaar voor de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht staan ingeschreven behandeld hebben van vijf zaken, waarvan tenminste één maal een crisismaatregel en één maal een zorgmachtiging;

    4. het aan de Raad toezenden van een afschrift van de aanmelding voor het lidmaatschap van de landelijke werkgroep (Vereniging van Psychiatrisch Patiëntenrecht Advocaten Nederland (vPan)) of voor de deelname aan een regionale werkgroep betreffende het psychiatrisch patiëntenrecht; en

    5. het zich houden aan het door de Raad vastgestelde reglement piket.

  2. De advocaat die door de Raad is ingeschreven voor de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht staat daarnaast ook ingeschreven voor de psychiatrisch patiëntenpiketplanning.

Artikel 6.13

  1. De Raad hanteert in verband met het noodzakelijke onderhouden van de ervaring per piketplanning een wachtlijst voor inschrijving voor de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht en het psychiatrisch patiëntenpiket.

  2. Advocaten die zich laten registreren op de wachtlijst maken daarmee kenbaar dat zij – zodra dat mogelijk is – ingeschreven willen worden voor de specialisatie en deel willen nemen aan de piketplanning.

  3. Advocaten die zich willen laten registreren op de wachtlijst hebben de stage voltooid.

  4. Advocaten die zich willen laten registreren op de wachtlijst hoeven op het moment van registratie nog niet aan de in artikel 6.12 gestelde voorwaarden voor inschrijving te voldoen.

  5. De Raad registreert advocaten op datum van aanmelding op de wachtlijst.

  6. De Raad laat pas nieuwe advocaten toe zolang door toelating het aantal zaken per aan een regionale piketplanning deelnemende advocaat in een jaar gemiddeld niet onder 35 toevoegingen daalt.

  7. De Raad stelt advocaten die benaderd worden voor toelating vanaf de wachtlijst in de gelegenheid om binnen een door de Raad gestelde termijn aan de in artikel 6.12 gestelde voorwaarden voor inschrijving te gaan voldoen.

  8. De op de wachtlijst staande advocaat die door de Raad benaderd wordt voor inschrijving gaat uiterlijk binnen één jaar voldoen aan de gestelde eisen. De Raad verwijdert de advocaat die niet binnen één jaar voldoet aan de gestelde eisen, van de wachtlijst.

Artikel 6.14

  1. De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht en het psychiatrisch patiëntenpiket zijn:

    1. het behandelen van tenminste 25 zaken per jaar op het terrein van het psychiatrisch patiëntenrecht;

    2. het jaarlijks besteden van minimaal tien uren aan het onderhouden van de deskundigheid op het terrein van het psychiatrisch patiëntenrecht middels:

      1. het behalen van tenminste zes opleidingspunten per jaar op het gebied van het psychiatrische patiëntenrecht. Opleidingspunten behaald op het terrein van vaardigheden op het terrein van het psychiatrisch patiëntenrecht tellen voor dit aantal mee; en

      2. het behalen van tenminste vier opleidingspunten per jaar via actieve deelname aan de landelijke werkgroep van de Vereniging van Psychiatrisch Patiëntenrecht Advocaten Nederland (vPan) of aan regionale werkgroepen betreffende het psychiatrische patiëntenrecht.

    3. te handelen naar de eisen van zorgvuldige en doelmatige rechtsbijstandverlening. In dat kader volgt de advocaat in zijn praktijkvoering de eisen die voortvloeien uit minimumnormen. Minimumnormen zijn opgenomen in de Best Practice Guide Gedwongen opname en behandeling van psychiatrische patiënten/cliënten;

    4. medewerking te verlenen aan het begeleiden van advocaten die zich in wensen te schrijven voor deze specialisatie.

  2. De advocaat kan, op het moment dat de Raad bij de advocaat toetst of aan de voorwaarde in het eerste lid onder a wordt voldaan, de Raad verzoeken om ontheffing indien het zaaksaanbod in het gebied waar de regeling van toepassing te gering is om aan die voorwaarde te voldoen.

Artikel 6.15

  1. Om een evenredigere verdeling van het aantal toevoegingen op het terrein van het psychiatrisch patiëntenrecht aan de advocaten op de psychiatrisch patiëntenpiket-planning te bevorderen, plant de Raad advocaten waaraan binnen één kalenderjaar meer dan zeventig toevoegingen met zaakcode Z020 op het terrein van het psychiatrisch patiëntenrecht worden afgegeven niet langer in de daarop volgende planningsperiode in voor psychiatriezaken.

  2. De advocaat kan gedurende de periode dat deze niet op de planning is ingedeeld wel in aanmerking komen voor het ontvangen van piketmeldingen voor stamcliënten en kan gedurende deze periode stamcliënten op basis van een last tot toevoeging blijven bijstaan.

  3. Cassatiezaken op het terrein van het psychiatrisch patiëntenrecht worden niet in de telling van de in het eerste lid genoemde toevoegingen betrokken.

Artikel 6.16

Bij uitschrijving voor de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht en het psychiatrisch patiëntenpiket, verdeelt de Raad nieuwe zaken van stamcliënten van de advocaat over andere ingeschreven advocaten. De advocaat maakt geen afspraken op basis waarvan nieuwe zaken van deze stamcliënten toe zouden vallen aan specifieke advocaten.

Artikel 6.17

  1. De vereisten voor de voorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie vreemdelingenrecht zijn:

    1. voor advocaten die voor het eerst zijn beëdigd vóór september 2013 het met succes voltooid hebben van door de Raad goedgekeurde cursussen op het terrein van het vreemdelingenrecht in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving.

    2. voor advocaten die voor het eerst zijn beëdigd tussen september 2013 en maart 2021 het met succes voltooid hebben van de volgende vakken van de beroepsopleiding van september 2013 tot 1 maart 2021:

      1. de modules 1 en 2 van Beroepsattitude en Beroepsethiek;

      2. de major Bestuursrecht; en

      3. het groot keuzevak Regulier Vreemdelingenrecht.

    3. voor advocaten die voor het eerst zijn beëdigd vanaf maart 2021 het met succes voltooid hebben van de volgende vakken van de beroepsopleiding vanaf maart 2021:

      1. de summatieve toets van het vak Ethiek en geïntegreerde vaardigheden aan het einde van het eerste jaar van de beroepsopleiding;

      2. de hoofdpraktijk Bestuursrecht; en

      3. de leerpraktijk Migratierecht.

  2. Advocaten, als bedoeld in het eerste lid onder b en c, die de major of hoofdpraktijk bestuursrecht niet hebben gevolgd hebben in plaats daarvan een door de Raad goedgekeurde cursus op het terrein van het bestuursrecht gevolgd in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving.

  3. Advocaten, als bedoeld in het eerste lid onder b, die het keuzevak onder 3° niet hebben afgerond hebben in plaats van dat vak de cursussen genoemd in het eerste lid onder a. afgerond.

  4. Advocaten, als bedoeld in het eerste lid onder c, die de leerpraktijk onder 3° niet hebben afgerond hebben in plaats van die leerpraktijk de cursussen genoemd in het eerste lid onder a. afgerond.

  5. Naast de vereisten genoemd in het eerste lid gelden de volgende vereisten:

    1. het worden begeleid door een reeds voor de specialisatie vreemdelingenrecht onvoorwaardelijk ingeschreven advocaat; en

    2. het lid zijn van een door de Raad goedgekeurde werkgroep. Goedgekeurd is de werkgroep rechtsbijstand in vreemdelingenzaken van de Stichting Migratierecht Nederland.

  6. Indien een advocaat zowel is ingeschreven voor de specialisatie vreemdelingenrecht als voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht dan heeft deze in afwijking van het vijfde lid onder b, éénmaal toegang tot het gebruik van een digitale databank, hetzij via de werkgroep van de Stichting Migratierecht Nederland, hetzij via de werkgroep van Vluchtelingenwerk.

Artikel 6.18

  1. De voorwaardelijke inschrijving geldt voor de duur van één jaar.

  2. De advocaat behandelt gedurende de voorwaardelijke inschrijving tenminste tien toevoegingen op het terrein van het vreemdelingenrecht onder begeleiding van een reeds voor de specialisatie vreemdelingenrecht onvoorwaardelijk ingeschreven advocaat.

  3. De Raad zet de voorwaardelijke inschrijving na de periode genoemd in het eerste lid en zodra uit rapportage van de advocaat en zijn begeleider is gebleken dat aan de voorwaarden genoemd in artikel 6.17 eerste en vijfde lid en artikel 6.18 tweede lid is voldaan, om naar een onvoorwaardelijke inschrijving. Indien de stukken niet vóór het einde van het jaar van voorwaardelijke inschrijving zijn ontvangen, komt de voorwaardelijke inschrijving te vervallen.

  4. De termijn van voorwaardelijke inschrijving kan in bijzondere gevallen worden verlengd met een door de Raad te bepalen termijn.

  5. De advocaat die onvoorwaardelijk is ingeschreven is beschikbaar om advocaten te begeleiden die voorwaardelijk voor de specialisatie vreemdelingenrecht zijn ingeschreven.

  6. Advocaten kunnen op verzoek direct onvoorwaardelijk worden ingeschreven indien zij kunnen aantonen dat zij aan de voorwaarden genoemd in artikel 6.17 eerste en vijfde lid onder b en artikel 6.18, tweede lid en vijfde lid voldoen.

Artikel 6.19

  1. De vereisten voor de voortzetting van de onvoorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie vreemdelingenrecht zijn:

    1. het behandelen van tenminste vijftien zaken per jaar op het terrein van het vreemdelingenrecht en/of vreemdelingenbewaring/piket;

    2. het behalen van tenminste zes opleidingspunten per jaar op het terrein van het vreemdelingenrecht;

    3. lid te zijn van de in artikel 6.17, vijfde lid onder b genoemde werkgroep; en

    4. zodanige maatregelen te nemen dat bij afwezigheid de vervanging/waarneming wordt verzorgd door een voor de specialisatie vreemdelingenrecht ingeschreven advocaat.

  2. Advocaten die tevens staan ingeschreven voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht en die voor de voortzetting van deze specialisatie zes opleidingspunten hebben ingebracht behalen in plaats van het in het eerste lid onder b genoemde aantal opleidingspunten vier opleidingspunten per jaar op het terrein van het vreemdelingenrecht.

Artikel 6.20

De vereisten voor de inschrijving voor de specialisatie vreemdelingenbewaring zijn:

  1. het voorwaardelijk of onvoorwaardelijk zijn ingeschreven voor de specialisatie vreemdelingenrecht;

  2. met succes het klein keuzevak Toezicht, bewaring en terugkeer van de beroepsopleiding van september 2013 tot maart 2021 voltooid te hebben ofwel een certificaat te overleggen van een door de Raad goedgekeurde cursus op het terrein van vreemdelingenbewaringszaken;

  3. aantoonbare basiskennis te hebben van het bestuursrecht, het bestuursprocesrecht en het asielrecht en deze kennis met actualiteitencursussen te onderhouden;

  4. onder begeleiding van een reeds op voor de specialisatie vreemdelingenbewaring ingeschreven advocaat tenminste twee vreemdelingenbewaringszaken op basis van een toevoeging te hebben behandeld;

  5. het verklaren zich te houden aan het door de Raad vastgestelde Reglement piket;

  6. te handelen naar de eisen van zorgvuldige en doelmatige rechtsbijstandverlening aan vreemdelingen in vreemdelingenbewaring. In dat kader volgt de advocaat in zijn praktijkvoering de eisen die voortvloeien uit de minimumnormen die zijn opgenomen in de Best Practice Guide Vreemdelingenbewaring;

  7. desgevraagd aan de Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring geanonimiseerde dossiers ten behoeve van klachtbehandeling en ambtshalve onderzoek beschikbaar te stellen; en

Artikel 6.21

De vereisten voor de inschrijving voor de vreemdelingenpiketplanning zijn:

  1. het voldoen aan de eisen in artikel 6.17 en 6.20;

  2. het onder begeleiding van een reeds voor de vreemdelingenpiketplanning ingeschreven advocaat behandeld hebben van tenminste twee vreemdelingenpiketzaken;

  3. het verklaren zich te houden aan het door de Raad vastgestelde reglement piket; en

  4. de vreemdeling tijdig vóór het ophoudingsverhoor/bewaringsgehoor te bezoeken wanneer de aanwezigheid van een piketadvocaat wordt verlangd. Wordt zijn aanwezigheid niet verlangd dan bezoekt de advocaat de vreemdeling binnen 24 uur na de piketmelding.

Artikel 6.21a

  1. De Raad hanteert in verband met het noodzakelijke onderhouden van de ervaring per piketplanning een wachtlijst voor inschrijving voor de vreemdelingenpiketplanning

  2. Advocaten die zich laten registreren op de wachtlijst maken daarmee kenbaar dat zij – zodra dat mogelijk is – ingeschreven willen worden voor de specialisatie en deel willen nemen aan de piketplanning.

  3. Advocaten die zich willen laten registreren op de wachtlijst hoeven op het moment van registratie nog niet aan de in artikel 6.20 onder b t/m g en artikel 6.21 onder b t/m d gestelde eisen te voldoen.

  4. De Raad registreert advocaten op datum van aanmelding op de wachtlijst.

  5. De Raad laat pas nieuwe advocaten toe zolang door toelating het aantal zaken per aan een regionale piketplanning deelnemende advocaat in een jaar gemiddeld niet onder 22 toevoegingen en het gemiddeld aantal vreemdelingenpiketzaken niet onder de drie piketzaken daalt.

  6. De Raad stelt advocaten die benaderd worden voor toelating vanaf de wachtlijst in de gelegenheid om binnen een door de Raad gestelde termijn aan de in artikel 6.20 onder b t/m g en artikel 6.21 onder b t/m d gestelde eisen voor inschrijving te gaan voldoen.

  7. De op de wachtlijst staande advocaat die door de Raad benaderd wordt voor inschrijving gaat uiterlijk binnen één jaar voldoen aan de gestelde eisen. De Raad verwijdert de advocaat die niet binnen één jaar voldoet aan de gestelde eisen, van de wachtlijst.

Artikel 6.22

  1. De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de vreemdelingenpiketplanning en voor de behandeling van toevoegingen in vreemdelingenbewaringszaken zijn:

    1. het voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 6.19, eerste lid;

    2. het behandelen van tenminste twaalf vreemdelingenbewaringszaken op basis van een toevoeging per jaar;

    3. het behandelen van tenminste drie vreemdelingenpiketzaken per jaar; en

    4. het volgen van een door de Raad goedgekeurde cursus van tenminste vier opleidingspunten op het terrein van vreemdelingenbewaringszaken per jaar.

  2. Het in het eerste lid onder b en c genoemde aantal zaken kan betrokken worden in de telling voor het totaal aantal zaken zoals omschreven in artikel 6.19, eerste lid onder a.

  3. Het eerste lid, onder c. is niet van toepassing op advocaten die zich niet hebben ingeschreven voor de vreemdelingenpiketplanning.

  4. De Raad kan voor het in het eerste lid onder b en c genoemde aantal zaken rekening houden met een surplus in een voorgaand jaar.

Artikel 6.23

  1. De vereisten voor de voorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht zijn:

    1. voor advocaten die voor het eerst zijn beëdigd vóór september 2013 het met succes voltooid hebben van door de Raad goedgekeurde cursussen op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht en vreemdelingenrecht in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving;

    2. voor advocaten die voor het eerst zijn beëdigd tussen september 2013 en maart 2021 het met succes voltooid hebben van de volgende vakken van de beroepsopleiding van september 2013 tot 1 maart 2021:

      1. de modules 1 en 2 van Beroepsattitude en Beroepsethiek;

      2. de major Bestuursrecht;

      3. het groot keuzevak Regulier vreemdelingenrecht;

      4. het klein keuzevak Toezicht, bewaring en terugkeer; en

      5. het groot keuzevak Asiel- en vluchtelingenrecht;

    3. voor advocaten die voor het eerst zijn beëdigd vanaf maart 2021 het gevolgd hebben van een door de Raad goedgekeurde cursus op het terrein van vreemdelingenbewaringszaken in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving en het met succes voltooid hebben van de volgende vakken van de beroepsopleiding vanaf maart 2021:

      1. de summatieve toets van het vak Ethiek en geïntegreerde vaardigheden aan het einde van het eerste jaar van de beroepsopleiding;

      2. de hoofdpraktijk Bestuursrecht; en

      3. de leerpraktijk Migratierecht.

  2. Advocaten bedoeld in het eerste lid onder b en c die de major Bestuursrecht of hoofdpraktijk Bestuursrecht niet hebben gevolgd hebben in plaats daarvan een door de Raad goedgekeurde cursus op het terrein van het bestuursrecht gevolgd in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving.

  3. Advocaten bedoeld in het eerste lid onder b die de vakken onder 3° tot en met 5° niet hebben afgerond hebben in plaats van die vakken de cursussen genoemd in het eerste lid onder a. afgerond.

  4. Advocaten bedoeld in het eerste lid onder c die het vak onder 3° niet hebben afgerond hebben in plaats van die vakken de cursussen genoemd in het eerste lid onder a. afgerond.

  5. Naast de vereisten genoemd in het eerste lid gelden de volgende vereisten:

    1. deelname aan het begeleidingstraject voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht zoals omschreven in artikel 6.24;

    2. lid zijn van een door de Raad goedgekeurde werkgroep op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht. Goedgekeurd is de Landelijke Werkgroep Rechtshulp aan Vluchtelingen van VluchtelingenWerk;

    3. handelen naar de richtlijnen die zijn opgenomen in de Best Practices Leidraad voor asieladvocaten beschikbaar via www.bestpracticesleidraad.nl;

    4. desgevraagd aan de Commissie Intercollegiale Toetsing geanonimiseerde dossiers beschikbaar stellen ten behoeve van onderzoek naar de kwaliteit van de asielrechtsbijstand voor alle advocaten werkzaam in asiel- en vluchtelingenrecht; en

    5. desgevraagd aan de Klachtencommissie Rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring geanonimiseerde dossiers beschikbaar stellen ten behoeve van klachtbehandeling en ambtshalve onderzoek.

  6. Indien een advocaat zowel is ingeschreven voor de specialisatie vreemdelingenrecht als voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht dan heeft deze in afwijking van het vijfde lid onder b, éénmaal toegang tot het gebruik van een digitale databank, hetzij via de werkgroep van de Stichting Migratierecht Nederland, hetzij via de werkgroep van Vluchtelingenwerk.

Artikel 6.24

  1. Bij de start van het begeleidingstraject loopt de nieuwe advocaat mee met één (of meerdere) ervaren asieladvocaat(-advocaten) tijdens de behandeling van een zaak in de gemeenschappelijke asielprocedure (waaronder minimaal het bijwonen van een intakegesprek en een nabespreking).

  2. De begeleider is een advocaat die bij de Raad onvoorwaardelijk is ingeschreven voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht en voldoet aan de volgende voorwaarden:

    1. heeft minstens vijf jaar zelfstandige ervaring als asieladvocaat en beschikt over een grote asielpraktijk (ten minste 50%);

    2. is goed bereikbaar en bereid tot tijdsinvestering om de begeleiding inhoud te geven; en

    3. heeft geen begeleidingstraject of maatregel lopen bij de Commissie Intercollegiale Toetsing of Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel- en Vreemdelingenbewaring.

  3. Er is één begeleider per begeleidingstraject.

  4. De nieuwe advocaat behandelt enkel asielzaken onder begeleiding. Dit kunnen alle soorten asielzaken zijn.

  5. De nieuwe advocaat draagt zorg voor tijdige afstemming met de begeleider over te behandelen zaken.

  6. De begeleider en de nieuwe advocaat stemmen onderling de aandachtspunten voor de begeleiding af.

  7. De begeleider geeft feedback op alle in te dienen stukken. De nieuwe advocaat deelt daartoe alle relevante stukken tijdig met de begeleider.

  8. De nieuwe advocaat behandelt gedurende het begeleidingstraject tenminste tien zaken op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht, waarvan tenminste:

    1. vijf asielprocedures waarin beroep is behandeld bij de rechtbank; en

    2. sprake is van voldoende diversiteit en zwaarte van zaken.

  9. Indien het begeleidingstraject conform de voorwaarden en naar voldoening is verlopen, bevestigt de begeleider dit aan de nieuwe advocaat in de vorm van een ‘Verklaring van geen bezwaar’ met daarbij een verslaglegging van de begeleiding. Zolang er geen verklaring van geen bezwaar is, kan de nieuwe advocaat niet zelfstandig asielzaken behandelen.

  10. Indien de begeleider en de nieuwe advocaat het oneens zijn over de afgifte van de verklaring van geen bezwaar kunnen zij zich wenden tot de Commissie Intercollegiale Toetsing.

Artikel 6.25

  1. De voorwaardelijke inschrijving geldt voor de duur van één jaar. De Raad zet de voorwaardelijke inschrijving na deze periode om naar een onvoorwaardelijke inschrijving zodra uit een verklaring van ‘geen bezwaar’ alsmede de verslaglegging van de begeleiding opgesteld door de begeleidende advocaat is gebleken dat aan de voorwaarden genoemd in artikel 6.23, eerste en vijfde lid en artikel 6.24, achtste lid is voldaan.

  2. Indien de in het eerste lid genoemde stukken niet vóór het einde van het jaar van voorwaardelijke inschrijving zijn ontvangen, komt de voorwaardelijke inschrijving te vervallen.

  3. De termijn van voorwaardelijke inschrijving kan in bijzondere gevallen worden verlengd met een door de Raad te bepalen termijn.

  4. Advocaten kunnen op verzoek direct onvoorwaardelijk worden ingeschreven indien zij kunnen aantonen dat zij aan de voorwaarden genoemd in het artikel 6.23, eerste en vijfde lid en artikel 6.24, achtste en negende lid voldoen.

Artikel 6.26

De vereisten voor de inschrijving voor het AC-rooster zijn:

  1. het (on)voorwaardelijk zijn ingeschreven voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht;

  2. het voorafgaand aan de eerste inschrijving voor het AC-rooster volgen van de introductietraining AC-rooster die Legal Aid voorafgaand aan iedere roosterperiode organiseert; en

  3. het voorafgaand aan de eerste inschrijving voor het AC-rooster voldoen aan de voorwaarde betreffende meelopen in een AA-procedure zoals genoemd in artikel 6.24 eerste lid.

Artikel 6.27

De vereisten voor de voortzetting van de onvoorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht zijn:

  1. het behandelen van tenminste twintig toevoegingen per jaar op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht;

  2. het behalen van tenminste zes opleidingspunten per jaar op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht; en

  3. voldoen aan de vereisten als genoemd in artikel 6.23, vijfde lid onder b tot en met e.

Artikel 6.28

De vereisten voor de inschrijving voor het grensdetentierooster zijn:

  1. de advocaat is ingeschreven voor het AC-rooster; en

  2. de advocaat heeft in de drie jaar voorafgaand aan inschrijving een vanuit de Commissie Intercollegiale Toetsing in overleg met de Raad voor Rechtsbijstand AC Schiphol aangeboden cursus op het terrein van grensdetentie gevolgd van minimaal drie opleidingspunten.

Artikel 6.29

  1. Het vereiste voor de voortzetting van de inschrijving voor het grensdetentierooster is:

    Het een maal per twee jaar opnieuw de vanuit de Commissie Intercollegiale Toetsing in overleg met de Raad voor Rechtsbijstand AC Schiphol aangeboden cursus op het terrein van grensdetentie van minimaal drie opleidingspunten volgen. De Raad faciliteert en bekostigt de cursus.

  2. De cursus grensdetentie kan door advocaten worden opgegeven voor drie opleidingspunten van de zes opleidingspunten die voor de voortzetting van de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht behaald dienen te worden, zoals omschreven in artikel 6.27 sub b.

Artikel 6.30

De vereisten voor het verlenen van rechtsbijstand in BO-zaken zijn:

  1. de laatste vijf jaar ingeschreven zijn voor de specialisatie asiel bij de Raad;

  2. het kunnen overleggen van een certificaat van een verdiepingscursus mensenhandel, behaald in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving, aangevuld met een tweejaarlijkse actualiteitencursus mensenhandel; en

  3. bereid zijn om voor zowel de voorbereiding als het bijwonen van het nader gehoor naar de NIDOS locatie/locatie IND af te reizen.

Artikel 6.31

Zodra aan een advocaat tussen 1 januari en 1 november van een kalenderjaar 200 toevoegingseenheden zoals omschreven in artikel 4.1 zijn afgegeven wordt deze door de Raad gedurende het resterende kalenderjaar van het AC-rooster verwijderd.

Artikel 6.32

  1. De vereisten voor de voorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie personen- en familierecht zijn:

    1. het met succes voltooid hebben van:

      1. een door de Raad goedgekeurde basisopleiding personen- en familierecht ter waarde van twintig opleidingspunten in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving, althans aan te tonen dat de advocaat zich voor een dergelijke opleiding heeft aangemeld; of

      2. het met succes voltooid hebben van de major Burgerlijk Recht van de beroepsopleiding van september 2013 tot maart 2021 en zich aangemeld hebben voor het groot keuzevak (Echt)scheidingsrecht van de beroepsopleiding; of

      3. het zich aangemeld hebben voor de hoofdpraktijk privaatrecht en de leerpraktijk familierecht van de beroepsopleiding vanaf maart 2021; of

      4. het aantoonbaar aspirant-lid zijn van de vereniging van Familierechtadvocaten Scheidingsmediators (vFAS); en

    2. het bereid zijn om de gedragscode voor advocaten in het personen- en familierecht te hanteren (bijlage 2).

  2. De voorwaardelijke inschrijving geldt voor de duur van één jaar of, indien de advocaat is ingeschreven op grond van het eerste lid, sub a onder 3°, voor de duur van twee jaar.

  3. De advocaat behandelt gedurende de voorwaardelijke inschrijving tenminste tien zaken per jaar op het terrein van het personen- en familierecht onder begeleiding van een onvoorwaardelijk voor de specialisatie personen- en familierecht ingeschreven advocaat en voldoet aan het eind van de voorwaardelijke inschrijving de in het eerste lid onder a genoemde cursus of het daar genoemde vak met succes voltooid.

  4. Onder begeleiding als bedoeld in het derde lid wordt verstaan dat de voorwaardelijk ingeschreven advocaat ten minste periodiek gesprekken heeft gevoerd met de begeleidende advocaat over de zaak en de te voeren strategie.

  5. De Raad gaat voor het in het derde lid genoemde aantal zaken uit van de toevoegingen in de eigen administratie op naam van de voorwaardelijk ingeschreven advocaat. De advocaat kan op de wijze als omschreven in artikel 5.8 de Raad verzoeken betalende zaken in de telling te betrekken.

  6. De Raad zet de voorwaardelijke inschrijving na de periode genoemd in het tweede lid en zodra is gebleken dat aan de voorwaarden genoemd in het derde lid is voldaan, om naar een onvoorwaardelijke inschrijving.

  7. De vereisten genoemd in het eerste lid tot en met het zesde lid zijn niet van toepassing op advocaten die aantoonbaar lid zijn van de vereniging van Familierechtadvocaten Scheidingsmediators (vFAS).

Artikel 6.33

  1. De vereisten voor de voortzetting van de onvoorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie personen- en familierecht zijn:

    1. het behandelen van tenminste vijftien zaken per jaar op het terrein van het personen- en familierecht; en

    2. het behalen van tenminste tien opleidingspunten per jaar op het terrein van het personen- en familierecht. Opleidingspunten behaald op het terrein van vaardigheden op het personen- en familierecht tellen voor dit aantal mee.

  2. Advocaten die tevens ingeschreven staan als mediator voor de specialisatie personen- en familierecht bij de Raad behandelen in afwijking van het in het eerste lid onder a gestelde voor beide specialisaties in totaal vijftien zaken per jaar, waarvan tenminste zeven familiemediations.

  3. Advocaten die tevens ingeschreven staan als mediator voor de specialisatie personen- en familierecht bij de Raad, behalen in afwijking van het in het eerste lid onder b gestelde voor beide specialisaties in totaal tien opleidingspunten, waarvan vijf opleidingspunten op het terrein van familiemediation.

Artikel 6.34

  1. De vereisten voor de inschrijving voor de specialisatie internationale kinderontvoeringszaken zijn:

    1. succesvol hebben deelgenomen aan een door de Raad goedgekeurde cursus op het gebied van internationale kinderontvoering, waarbij in ieder geval kennis is opgedaan van het Haags Kinderontvoeringsverdrag van 25 oktober 1980 (HKOV), de Uitvoeringswet inzake internationale ontvoering van kinderen van 2 mei 1990, de Verordening Brussel II Bis, het Haags Kinderbeschermingsverdrag van 1996 (HKBV) en cross border mediation. De cursus is minder dan drie jaar voor het verzoek tot inschrijving gevolgd; en

    2. het behandeld hebben van tenminste drie internationale kinderontvoeringszaken onder begeleiding van een minimaal drie jaar voor de specialisatie internationale kinderontvoeringszaken ingeschreven advocaat.

  2. Het aantal van drie zaken zoals omschreven in het eerste lid sub b moet zijn meegelopen met minimaal twee verschillende advocaten in een periode van drie jaar voorafgaand aan het indienen van een verzoek om inschrijving voor dit terrein.

  3. De eis van begeleiding zoals omschreven in het eerste lid sub b geldt niet voor advocaten die in de periode van drie jaar voorafgaand aan het indienen van het verzoek om inschrijving voor dit terrein drie internationale kinderontvoeringszaken zonder begeleiding hebben behandeld.

Artikel 6.35

De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie internationale kinderontvoeringszaken zijn het behalen van vier opleidingspunten op het terrein van internationale kinderontvoeringzaken, te behalen door het bijwonen van tenminste twee bijeenkomsten per jaar op het gebied van internationale kinderontvoering waarbij rechtsontwikkelingen en jurisprudentie op het gebied van internationale kinderontvoering worden besproken, georganiseerd door een door de Raad goedgekeurde instelling.

Artikel 6.36

  1. De vereisten voor de inschrijving voor de specialisatie bijzondere curator in artikel 1:212 BW zaken (afstammingszaken) zijn:

    1. het voltooid hebben van de stage;

    2. het bij de Raad onvoorwaardelijk ingeschreven staan voor de specialisatie personen- en familierecht; en

    3. het met goed gevolg hebben afgelegd van het door de Stichting Bijzondere Curator Nederland (Stichting BCN) georganiseerd examen voor het kunnen behandelen van artikel 1:212 BW zaken.

  2. Voor het opgaan voor het examen genoemd in het eerste lid sub c geldt als aanbeveling dat de kandidaat een door de Raad goedgekeurde specialisatieopleiding bijzondere curator van tenminste twintig opleidingspunten heeft voltooid.

Artikel 6.37

  1. De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie bijzondere curatoren in artikel 1:212 BW zaken (afstammingszaken) zijn:

    1. het behalen van tenminste vier opleidingspunten per jaar op dit specifieke gebied;

    2. het voldoen aan de in de inschrijvingsvoorwaarden gestelde deskundigheidseisen voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht; en

    3. het ingeschreven staan bij de Stichting BCN. De bijzondere curator schrijft zich per direct uit als bijzondere curator bij de Raad vanaf het moment dat de inschrijving bij de Stichting BCN eindigt. De Stichting BCN geeft dit eveneens, ter controle, aan de Raad door.

  2. De in het eerste lid sub a genoemde opleidingspunten kunnen tot een maximum van vier opleidingspunten per jaar worden opgegeven voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht bij de Raad.

  3. De bijzondere curator stemt in met de plicht van de klachtencommissie van de Stichting BCN om de uitkomst van klachten waarbij een onherroepelijke maatregel van onvoorwaardelijke schorsing of schrapping uit het register van de Stichting BCN aan bijzondere curatoren is opgelegd, te melden aan de Raad.

Artikel 6.38

  1. De vereisten voor de inschrijving voor de specialisatie bijzondere curatoren in artikel 1:250 BW zaken zijn:

    1. het voltooid hebben van de stage;

    2. het bij de Raad onvoorwaardelijk ingeschreven staan voor de specialisatie personen- en familierecht of de specialisatie civiel jeugdrecht; en

    3. het met goed gevolg hebben afgelegd van het door de Stichting Bijzondere Curator Nederland (Stichting BCN) georganiseerd examen voor het kunnen behandelen van artikel 1:250 BW zaken.

  2. Voor het opgaan voor het examen genoemd in het eerste lid sub c geldt als aanbeveling dat de kandidaat een door de Raad goedgekeurde specialisatieopleiding bijzondere curator van tenminste twintig opleidingspunten heeft voltooid.

Artikel 6.39

  1. De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie bijzondere curatoren in artikel 1:250 BW zaken zijn:

    1. het behalen van tenminste vier opleidingspunten per jaar op dit specifieke gebied;

    2. het voldoen aan de in de inschrijvingsvoorwaarden gestelde deskundigheidseisen voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht of de specialisatie civiel jeugdrecht; en

    3. het ingeschreven staan bij de Stichting BCN. De bijzondere curator schrijft zich per direct uit als bijzondere curator bij de Raad vanaf het moment dat de inschrijving bij de Stichting BCN eindigt. De Stichting BCN geeft dit eveneens, ter controle, aan de Raad door.

  2. De in het eerste lid sub a genoemde opleidingspunten kunnen tot een maximum van vier opleidingspunten per jaar worden opgegeven voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht of voor de voortzetting van de specialisatie civiel jeugdrecht bij de Raad.

  3. De bijzondere curator stemt in met de plicht van de klachtencommissie van de Stichting BCN om de uitkomst van klachten waarbij een onherroepelijke maatregel van onvoorwaardelijke schorsing of schrapping uit het register van de Stichting BCN aan bijzondere curatoren is opgelegd, te melden aan de Raad.

Artikel 6.40

  1. De vereisten voor de inschrijving voor de specialisatie civiel jeugdrecht (toevoegingen met zaakcode P043 en P044) zijn:

    1. het beschikken over minimaal drie jaar relevante beroepservaring;

    2. het met goed gevolg hebben afgerond van het eerste leerjaar van de beroepsopleiding;

    3. het in de afgelopen drie jaar behaald hebben van twaalf opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht; en

    4. het onder begeleiding van een reeds voor de specialisatie civiel jeugdrecht ingeschreven advocaat behandeld hebben van drie civiele jeugdrechtzaken (zaakcode P043 en P044).

  2. De vereisten voor het verlenen van rechtsbijstand bij plaatsingen van een jeugdige in een gesloten accommodatie voor jeugdzorg ex. artikel 6.1.10, vierde lid van de Jeugdwet op ambtshalve last van de rechtbank zijn:

    1. het voldoen aan de vereisten in het eerste lid; en

    2. het onder begeleiding van een reeds drie jaar voor de specialisatie civiel jeugdrecht ingeschreven advocaat hebben behandeld van één machtiging tot plaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdzorg (zaakcode P042).

  3. Onder relevante beroepservaring als bedoeld in het eerste lid onder a wordt verstaan: drie jaar werkervaring als beëdigd advocaat. Een kortere werkervaring als advocaat volstaat, mits die gecombineerd wordt met relevante en gelijkwaardige werkervaring elders. Bijvoorbeeld in een beroep bij de rechterlijke macht, of Jeugdzorg.

Artikel 6.41

  1. De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie civiel jeugdrecht zijn:

    1. het behandelen van tenminste zes zaken op het terrein van het civiele jeugdrecht (toevoegingen met zaakcode P042, P043 of P044) per jaar; en

    2. het behalen van tenminste acht opleidingspunten per jaar op het terrein van het civiele jeugdrecht, waaronder tenminste één actualiteitencursus. Opleidingspunten behaald op het terrein van vaardigheden op het terrein van het civiele jeugdrecht tellen voor dit aantal mee.

  2. Opleidingspunten bedoeld in het eerste lid onder b kunnen tot een maximum van vier opleidingspunten per jaar worden opgegeven voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht bij de Raad.

  3. De advocaat kan, op het moment dat de Raad bij de advocaat toetst of aan de voorwaarde in het eerste lid onder a wordt voldaan, de Raad verzoeken om ontheffing indien het zaaksaanbod in het gebied waar de regeling van toepassing te gering is om aan die voorwaarde te voldoen.

Artikel 6.42

  1. De vereisten voor de voorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie arbeidsrecht zijn:

    1. het zich aangemeld hebben voor een door de Raad goedgekeurde basisopleiding arbeidsrecht ter waarde van twintig opleidingspunten in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving; of

    2. het groot keuzevak van vijf dagdelen Arbeidsrecht van de beroepsopleiding van september 2013 tot maart 2021 afgerond hebben; of

    3. het zich aangemeld hebben voor de leerpraktijk Arbeidsrecht van de beroepsopleiding vanaf maart 2021.

  2. De voorwaardelijke inschrijving geldt voor de duur van één jaar of, indien de advocaat is ingeschreven op grond van het eerste lid, sub c, voor de duur van twee jaar.

  3. De advocaat behandelt gedurende de voorwaardelijke inschrijving tenminste tien zaken per jaar op het terrein van het arbeidsrecht onder begeleiding van een onvoorwaardelijk voor de specialisatie arbeidsrecht ingeschreven advocaat en heeft aan het eind van de voorwaardelijke inschrijving de in het eerste lid genoemde cursus of het daar genoemde vak met succes voltooid.

  4. Onder begeleiding als bedoeld in het derde lid wordt verstaan dat de voorwaardelijk ingeschreven advocaat ten minste periodiek gesprekken heeft gevoerd met de begeleidende advocaat over de zaak en de te voeren strategie.

  5. De Raad gaat voor het in het derde lid genoemde aantal zaken uit van de toevoegingen in de eigen administratie op naam van de voorwaardelijk ingeschreven advocaat. De advocaat kan op de wijze als omschreven in artikel 5.8 de Raad verzoeken betalende zaken in de telling te betrekken.

  6. De Raad zet de voorwaardelijke inschrijving na de periode genoemd in het tweede lid en zodra is gebleken dat aan de voorwaarden genoemd in het derde lid is voldaan, om naar een onvoorwaardelijke inschrijving.

  7. De vereisten genoemd in het eerste tot en met zesde lid zijn niet van toepassing op advocaten die aantoonbaar lid zijn van de specialisatievereniging Vereniging Arbeidsrecht Advocaten Nederland (VAAN). Zij worden direct onvoorwaardelijk ingeschreven.

Artikel 6.43

De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie arbeidsrecht zijn:

  1. het behandelen van tenminste tien zaken per jaar op het terrein van het arbeidsrecht; en

  2. het behalen van tenminste tien opleidingspunten per jaar op het terrein van het arbeidsrecht.

Artikel 6.44

  1. De vereisten voor de voorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie huurrecht zijn:

    1. het zich aangemeld hebben voor een door de Raad goedgekeurde basisopleiding Huurrecht ter waarde van twintig opleidingspunten in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving; of

    2. het groot keuzevak van vijf dagdelen Huurrecht van de beroepsopleiding van september 2013 tot maart 2021 afgerond hebben; of

    3. het zich aangemeld hebben voor de leerpraktijk Sociaal huurrecht van de beroepsopleiding vanaf september 2026

  2. De voorwaardelijke inschrijving geldt voor de duur van één jaar of, indien de advocaat is ingeschreven op grond van het eerste lid, sub c, voor de duur van twee jaar.

  3. De advocaat behandelt gedurende de voorwaardelijke inschrijving tenminste tien zaken per jaar op het terrein van het huurrecht onder begeleiding van een onvoorwaardelijk voor de specialisatie huurrecht ingeschreven advocaat en heeft aan het eind van de voorwaardelijke inschrijving de in het eerste lid genoemde cursus of het daar genoemde vak met succes voltooid.

  4. Onder begeleiding als bedoeld in het derde lid wordt verstaan dat de voorwaardelijk ingeschreven advocaat ten minste periodiek gesprekken heeft gevoerd met de begeleidende advocaat over de zaak en de te voeren strategie.

  5. De Raad gaat voor het in het derde lid genoemde aantal zaken uit van de toevoegingen in de eigen administratie op naam van de voorwaardelijk ingeschreven advocaat. De advocaat kan op de wijze als omschreven in artikel 5.8 de Raad verzoeken betalende zaken in de telling te betrekken.

  6. De Raad zet de voorwaardelijke inschrijving na de periode genoemd in het tweede lid en zodra is gebleken dat aan de voorwaarden genoemd in het derde lid is voldaan, om naar een onvoorwaardelijke inschrijving.

  7. De vereisten genoemd in het eerste tot en met zesde lid zijn niet van toepassing op advocaten die aantoonbaar (volwaardig) lid zijn van de specialisatievereniging Vereniging van Huurrecht Advocaten (VHA). Zij worden direct onvoorwaardelijk ingeschreven.

Artikel 6.45

De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving van de specialisatie huurrecht zijn:

  1. het behandelen van tenminste tien zaken per jaar op het terrein van het huurrecht; en

  2. het behalen van tenminste tien opleidingspunten per jaar op het terrein van het huurrecht.

Artikel 6.46

  1. De vereisten voor de voorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie sociaal zekerheidsrecht zijn:

    1. het zich aangemeld hebben voor een door de Raad goedgekeurde basisopleiding sociaal zekerheidsrecht ter waarde van twintig opleidingspunten in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving; of

    2. het groot keuzevak van vijf dagdelen Sociaal zekerheidsrecht van de beroepsopleiding van september 2013 tot maart 2021 afgerond hebben; of

    3. het zich aangemeld hebben voor de leerpraktijk Sociaal zekerheidsrecht van de beroepsopleiding vanaf september 2026.

  2. De voorwaardelijke inschrijving geldt voor de duur van één jaar of, indien de advocaat is ingeschreven op grond van het eerste lid, sub c, voor de duur van twee jaar.

  3. De advocaat behandelt gedurende de voorwaardelijke inschrijving tenminste tien zaken per jaar op het terrein van het sociaal zekerheidsrecht onder begeleiding van een onvoorwaardelijk voor de specialisatie sociaal zekerheidsrecht ingeschreven advocaat en heeft aan het eind van de voorwaardelijke inschrijving de in het eerste lid genoemde cursus of het daar genoemde vak met succes voltooid.

  4. Onder begeleiding als bedoeld in het derde lid wordt verstaan dat de voorwaardelijk ingeschreven advocaat ten minste periodiek gesprekken heeft gevoerd met de begeleidende advocaat over de zaak en de te voeren strategie.

  5. De Raad gaat voor het in het derde lid genoemde aantal zaken uit van de toevoegingen in de eigen administratie op naam van de voorwaardelijk ingeschreven advocaat. De advocaat kan op de wijze als omschreven in artikel 5.8 de Raad verzoeken betalende zaken in de telling te betrekken.

  6. De Raad zet de voorwaardelijke inschrijving na de periode genoemd in het tweede lid en zodra is gebleken dat aan de voorwaarden genoemd in het derde lid is voldaan, om naar een onvoorwaardelijke inschrijving.

  7. De vereisten genoemd in het eerste tot en met zesde lid zijn niet van toepassing op advocaten die aantoonbaar (volwaardig) lid zijn van de Specialisatievereniging Sociaal Zekerheidsrecht (SSZ). Zij worden direct onvoorwaardelijk ingeschreven.

Artikel 6.47

De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving van de specialisatie sociaal zekerheidsrecht zijn:

  1. het behandelen van tenminste tien zaken per jaar op het terrein van het sociaal zekerheidsrecht; en

  2. het behalen van tenminste tien opleidingspunten per jaar op het terrein van het sociaal zekerheidsrecht.

← terug naar Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2026-II