-
Voor de voortzetting van diverse specialisaties is in hoofdstuk 6 omschreven dat een minimum aantal zaken moet zijn behandeld. De Raad gaat daarvoor uit van het aantal aan de advocaat afgegeven toevoegingen in het systeem van de Raad.
-
Door de Raad toegekende extra uren op het terrein van een specialisatie worden door de Raad in de telling van het aantal zaken meegenomen op de volgende wijze: zes extra uren tellen mee voor één zaak.
-
Als bij toetsing of aan de voorwaarden is voldaan is gebleken dat de advocaat het vereiste aantal toevoegingen niet haalt, dan kan de Raad op verzoek in de telling ook betalende zaken betrekken indien de advocaat daar bewijsstukken van kan overleggen.
-
Als bewijsstukken van betalende zaken kunnen gelden (geanonimiseerde) processtukken. Indien deze stukken niet voorhanden zijn, kan als bewijsstuk gelden een kopie van de overeenkomst van opdracht.
-
Betalende zaken waarvoor op inhoudelijke gronden voortvloeiend uit de Wet of het Bebr geen toevoeging zou kunnen worden verstrekt, worden niet in de telling betrokken.
-
Zaken die behandeld zijn door de advocaat als rechter-plaatsvervanger, kunnen op verzoek worden betrokken in de telling van de in het eerste lid genoemde zaken. Iedere op een zittingsdag behandelde zaak telt mee als één zaak.
-
Piketzaken (toegevoegd of betalend) vallen niet onder de in het eerste lid en derde lid genoemde aantal zaken.
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Kantoororganisatie (artikel 15, eerste lid sub c van de wet)
Paragraaf 1 Aanvragen en declareren van toevoegingen
Paragraaf 2 Behandeling en overdracht van zaken
Paragraaf 3 Overige organisatorische bepalingen
Hoofdstuk 3 Eisen aan de verslaglegging (artikel 15, eerste lid sub d van de wet)
Hoofdstuk 4 Maximum aantal toevoegingen (artikel 15, eerste lid sub a van de wet)
Hoofdstuk 5 Deskundigheidseisen – algemene bepalingen (artikel 15 lid 1 sub b van de wet)
Paragraaf 1 Algemene eisen
Paragraaf 2 Algemene eisen met betrekking tot de in- en uitschrijving voor een specialisatie
Paragraaf 3 Algemene eisen met betrekking tot de voortzetting van een specialisatie
Paragraaf 4 Toetsing door de Raad of blijvend aan de voorwaarden wordt voldaan
Paragraaf 5 Overige algemene bepalingen
Hoofdstuk 6 Deskundigheid op bepaalde rechtsgebieden (art. 15 lid 1 sub b van de wet)
Paragraaf 1 Deskundigheidseisen voor de specialisatie strafrecht en de strafpiketplanning
Paragraaf 2 Deskundigheidseisen voor de specialisatie jeugdstrafrecht
Paragraaf 3 Deskundigheidseisen voor de specialisatie slachtofferzaken
Paragraaf 4 Deskundigheidseisen voor de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht en het psychiatrisch patiëntenpiket
Paragraaf 5 Deskundigheidseisen voor de specialisatie vreemdelingenrecht en de vreemdelingenpiketplanning
Paragraaf 6 Deskundigheidseisen voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht en het AC-rooster
Paragraaf 7 Deskundigheidseisen voor de specialisatie personen- en familierecht
Paragraaf 8 Deskundigheidseisen voor de specialisatie internationale kinderontvoeringszaken
Paragraaf 9 Deskundigheidseisen voor bijzondere curatoren
Paragraaf 10 Deskundigheidseisen voor de specialisatie civiel jeugdrecht
Paragraaf 11 Deskundigheidseisen voor de specialisatie arbeidsrecht
Paragraaf 12 Deskundigheidseisen voor de specialisatie huurrecht
Paragraaf 13 Deskundigheidseisen voor de specialisatie sociaal zekerheidsrecht
Hoofdstuk 7 Slotbepalingen
Bijlage 1 Distributieregeling AC
Bijlage 2 Gedragscode voor advocaten in het personen- en familierecht
Bijlage 3 Indeling van specialisaties in specialisatiegroepen ten behoeve van het maximum van vier specialisatiegroepen
Artikel 5.8
Tekst van deze versie
-
Voor de voortzetting van diverse specialisaties is in hoofdstuk 6 omschreven dat een minimum aantal zaken moet zijn behandeld. De Raad gaat daarvoor uit van het aantal aan de advocaat afgegeven toevoegingen in het systeem van de Raad.
-
Door de Raad toegekende extra uren op het terrein van een specialisatie worden door de Raad in de telling van het aantal zaken meegenomen op de volgende wijze: zes extra uren tellen mee voor één zaak.
-
Als bij toetsing of aan de voorwaarden is voldaan is gebleken dat de advocaat het vereiste aantal toevoegingen niet haalt, dan kan de Raad op verzoek in de telling ook betalende zaken betrekken indien de advocaat daar bewijsstukken van kan overleggen.
-
Als bewijsstukken van betalende zaken kunnen gelden (geanonimiseerde) processtukken. Indien deze stukken niet voorhanden zijn, kan als bewijsstuk gelden een kopie van de overeenkomst van opdracht.
-
Betalende zaken waarvoor op inhoudelijke gronden voortvloeiend uit de Wet of het Bebr geen toevoeging zou kunnen worden verstrekt, worden niet in de telling betrokken.
-
Zaken die behandeld zijn door de advocaat als rechter-plaatsvervanger, kunnen op verzoek worden betrokken in de telling van de in het eerste lid genoemde zaken. Iedere op een zittingsdag behandelde zaak telt mee als één zaak.
-
Piketzaken (toegevoegd of betalend) vallen niet onder de in het eerste lid en derde lid genoemde aantal zaken.
Nog geen automatische verwijzingen.