Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2026-II

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Kantoororganisatie (artikel 15, eerste lid sub c van de wet)
Hoofdstuk 3 Eisen aan de verslaglegging (artikel 15, eerste lid sub d van de wet)
Hoofdstuk 4 Maximum aantal toevoegingen (artikel 15, eerste lid sub a van de wet)
Hoofdstuk 5 Deskundigheidseisen – algemene bepalingen (artikel 15 lid 1 sub b van de wet)
Paragraaf 1 Algemene eisen
Paragraaf 2 Algemene eisen met betrekking tot de in- en uitschrijving voor een specialisatie
Paragraaf 3 Algemene eisen met betrekking tot de voortzetting van een specialisatie
Paragraaf 4 Toetsing door de Raad of blijvend aan de voorwaarden wordt voldaan
Paragraaf 5 Overige algemene bepalingen
Hoofdstuk 6 Deskundigheid op bepaalde rechtsgebieden (art. 15 lid 1 sub b van de wet)
Paragraaf 1 Deskundigheidseisen voor de specialisatie strafrecht en de strafpiketplanning
Paragraaf 2 Deskundigheidseisen voor de specialisatie jeugdstrafrecht
Paragraaf 3 Deskundigheidseisen voor de specialisatie slachtofferzaken
Paragraaf 4 Deskundigheidseisen voor de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht en het psychiatrisch patiëntenpiket
Paragraaf 5 Deskundigheidseisen voor de specialisatie vreemdelingenrecht en de vreemdelingenpiketplanning
Paragraaf 6 Deskundigheidseisen voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht en het AC-rooster
Paragraaf 7 Deskundigheidseisen voor de specialisatie personen- en familierecht
Paragraaf 8 Deskundigheidseisen voor de specialisatie internationale kinderontvoeringszaken
Paragraaf 9 Deskundigheidseisen voor bijzondere curatoren
Paragraaf 10 Deskundigheidseisen voor de specialisatie civiel jeugdrecht
Paragraaf 11 Deskundigheidseisen voor de specialisatie arbeidsrecht
Paragraaf 12 Deskundigheidseisen voor de specialisatie huurrecht
Paragraaf 13 Deskundigheidseisen voor de specialisatie sociaal zekerheidsrecht
Hoofdstuk 7 Slotbepalingen
Bijlage 1 Distributieregeling AC
Bijlage 2 Gedragscode voor advocaten in het personen- en familierecht
Bijlage 3 Indeling van specialisaties in specialisatiegroepen ten behoeve van het maximum van vier specialisatiegroepen

Artikel 6.24

HISTORISCH
  1. Bij de start van het begeleidingstraject loopt de nieuwe advocaat mee met één (of meerdere) ervaren asieladvocaat(-advocaten) tijdens de behandeling van een zaak in de gemeenschappelijke asielprocedure (waaronder minimaal het bijwonen van een intakegesprek en een nabespreking).

  2. De begeleider is een advocaat die bij de Raad onvoorwaardelijk is ingeschreven voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht en voldoet aan de volgende voorwaarden:

    1. heeft minstens vijf jaar zelfstandige ervaring als asieladvocaat en beschikt over een grote asielpraktijk (ten minste 50%);

    2. is goed bereikbaar en bereid tot tijdsinvestering om de begeleiding inhoud te geven; en

    3. heeft geen begeleidingstraject of maatregel lopen bij de Commissie Intercollegiale Toetsing of Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel- en Vreemdelingenbewaring.

  3. Er is één begeleider per begeleidingstraject.

  4. De nieuwe advocaat behandelt enkel asielzaken onder begeleiding. Dit kunnen alle soorten asielzaken zijn.

  5. De nieuwe advocaat draagt zorg voor tijdige afstemming met de begeleider over te behandelen zaken.

  6. De begeleider en de nieuwe advocaat stemmen onderling de aandachtspunten voor de begeleiding af.

  7. De begeleider geeft feedback op alle in te dienen stukken. De nieuwe advocaat deelt daartoe alle relevante stukken tijdig met de begeleider.

  8. De nieuwe advocaat behandelt gedurende het begeleidingstraject tenminste tien zaken op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht, waarvan tenminste:

    1. vijf asielprocedures waarin beroep is behandeld bij de rechtbank; en

    2. sprake is van voldoende diversiteit en zwaarte van zaken.

  9. Indien het begeleidingstraject conform de voorwaarden en naar voldoening is verlopen, bevestigt de begeleider dit aan de nieuwe advocaat in de vorm van een ‘Verklaring van geen bezwaar’ met daarbij een verslaglegging van de begeleiding. Zolang er geen verklaring van geen bezwaar is, kan de nieuwe advocaat niet zelfstandig asielzaken behandelen.

  10. Indien de begeleider en de nieuwe advocaat het oneens zijn over de afgifte van de verklaring van geen bezwaar kunnen zij zich wenden tot de Commissie Intercollegiale Toetsing.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch
Er is nog geen eerdere of toekomstige officiële versie gevonden om te vergelijken.

Tekst van deze versie

  1. Bij de start van het begeleidingstraject loopt de nieuwe advocaat mee met één (of meerdere) ervaren asieladvocaat(-advocaten) tijdens de behandeling van een zaak in de gemeenschappelijke asielprocedure (waaronder minimaal het bijwonen van een intakegesprek en een nabespreking).

  2. De begeleider is een advocaat die bij de Raad onvoorwaardelijk is ingeschreven voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht en voldoet aan de volgende voorwaarden:

    1. heeft minstens vijf jaar zelfstandige ervaring als asieladvocaat en beschikt over een grote asielpraktijk (ten minste 50%);

    2. is goed bereikbaar en bereid tot tijdsinvestering om de begeleiding inhoud te geven; en

    3. heeft geen begeleidingstraject of maatregel lopen bij de Commissie Intercollegiale Toetsing of Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel- en Vreemdelingenbewaring.

  3. Er is één begeleider per begeleidingstraject.

  4. De nieuwe advocaat behandelt enkel asielzaken onder begeleiding. Dit kunnen alle soorten asielzaken zijn.

  5. De nieuwe advocaat draagt zorg voor tijdige afstemming met de begeleider over te behandelen zaken.

  6. De begeleider en de nieuwe advocaat stemmen onderling de aandachtspunten voor de begeleiding af.

  7. De begeleider geeft feedback op alle in te dienen stukken. De nieuwe advocaat deelt daartoe alle relevante stukken tijdig met de begeleider.

  8. De nieuwe advocaat behandelt gedurende het begeleidingstraject tenminste tien zaken op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht, waarvan tenminste:

    1. vijf asielprocedures waarin beroep is behandeld bij de rechtbank; en

    2. sprake is van voldoende diversiteit en zwaarte van zaken.

  9. Indien het begeleidingstraject conform de voorwaarden en naar voldoening is verlopen, bevestigt de begeleider dit aan de nieuwe advocaat in de vorm van een ‘Verklaring van geen bezwaar’ met daarbij een verslaglegging van de begeleiding. Zolang er geen verklaring van geen bezwaar is, kan de nieuwe advocaat niet zelfstandig asielzaken behandelen.

  10. Indien de begeleider en de nieuwe advocaat het oneens zijn over de afgifte van de verklaring van geen bezwaar kunnen zij zich wenden tot de Commissie Intercollegiale Toetsing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2026-II