1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

  2. Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld en goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

  3. Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die in besloten kring gehouden wordt.

  4. In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, geldt er een meldingsplicht voor de inzameling van geld voor plaatselijke verenigingen en stichtingen met een algemeen (gemeenschaps)belang.

  5. De melding ingevolge het vierde lid wordt geacht te zijn gedaan wanneer minstens twee weken voor de inzameling schriftelijk aan het college de volgende gegevens zijn doorgegeven:

    1. adresgegevens van de vereniging of stichting;

    2. contactpersoon;

    3. doel van de inzameling;

    4. periode van de inzameling.

  6. Het college kan binnen vijf dagen na ontvangst van de melding besluiten de openbare inzameling van geld als bedoeld in het eerste lid te verbieden.

  7. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.