1. De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden geweigerd in het belang van:

    1. de openbare orde;

    2. de openbare veiligheid;

    3. de volksgezondheid;

    4. de bescherming van het milieu.

  2. Het bevoegde bestuursorgaan kan, onverminderd het elders in deze verordening bepaalde, een toestemming weigeren. Indien de aanvrager voorschriften, verbonden aan een eerdere toestemming voor een soortgelijke activiteit of beperkingen waaronder zo’n toestemming is verleend, niet heeft nageleefd en het vermoeden gerechtvaardigd is dat indien de gevraagde toestemming wordt verleend, hij ook daaraan verbonden voorschriften of beperkingen waaronder zij zou worden verleend, niet zal naleven.

  3. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag wordt ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager deze nodig heeft.