1. Het is verboden buiten een daarvoor door het college aangewezen plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te verbranden, te verwerken, te houden, achter te laten of anderszins te plaatsen op een wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid.

  3. Het verbod is niet van toepassing:

    1. op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen of andere categorieën van afvalstoffen dan huishoudelijke afvalstoffen;

    2. op het thuis composteren van groente-, fruit- en tuinafval;

    3. voor zover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen dan wel het verrichten van andere werkzaamheden op of aan de weg;

    4. op het verbranden van kerstbomen, voor zover dit plaatsvindt tijdens en in het kader van een evenement, waarvoor door de burgemeester vergunning is verleend.

  4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Wet bodembescherming of het Besluit Bodemkwaliteit voorziet in de beoogde bescherming van het milieu.