1. Het is paracommerciële dorpshuizen verboden alcoholhoudende drank te verstrekken buiten de in artikel 2:29 en 2:30 genoemde sluitingstijden.

  2. De op grond van 2:29 lid 4 door de burgemeester verleende ontheffing van de sluitingstijd voor het horecabedrijf van een paracommerciële dorpshuis houdt tevens een ontheffing in van het in lid 1 genoemde verbod voor wat betreft het verstrekken van alcoholhoudende drank gedurende de verlengde openingstijd.

  3. Het is paracommerciële dorpshuizen verboden bijeenkomsten van persoonlijke aard te houden en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, wanneer dit leidt tot oneerlijke mededinging.

  4. Activiteiten van de paracommerciële dorpshuizen waarbij het te allen tijde is toegestaan om alcoholhoudende drank te schenken zijn niet limitatief opgenomen in bijlage 1 bij deze verordening.

  5. Van oneerlijke mededinging is geen sprake als in de directe omgeving van de paracommerciële dorpshuizen geen reëel commercieel alternatief voor horeca beschikbaar is en/of indien uit een schriftelijk convenant tussen de paracommerciële dorpshuizen en de commerciële rechtspersoon ondubbelzinnig blijkt dat het commercieel alternatief voor horeca de bijeenkomst niet wenst te houden of tijdens de bijeenkomst geen alcohol wenst te schenken.