1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  3. Het verbod is niet van toepassing indien sprake is van:

    1. een vergunningsvrij evenement of een evenement waarvoor een melding is gedaan op grond van artikel 2:25, indien bij de activiteit een 3 minuuts Leq-norm van 60 dB(A) en 74 dB(C) bij woningen niet wordt overschreden;

    2. een vergunningsplichtig A of B evenement waarvoor de burgemeester op grond van artikel 2:25 een vergunning heeft verleend, indien bij de activiteit de 3 minuuts Leq-norm van 70 dB(A) en 84 dB(C) nabij gevels van woningen niet wordt overschreden.

    3. een vergunningsplichtig C evenement waarvoor de burgemeester op grond van artikel 2:25 een vergunning heeft verleend, indien bij de activiteit de 3 minuuts Leq-norm van 80 dB(A) en 94 dB(C) nabij gevels van woningen niet wordt overschreden. Bij grote evenementen binnen dorpskern kan in plaats van een norm bij de gevels van de woningen, een leq-norm worden gesteld van 80 dB(A) en 94 dB(C) aan het einde van het publieksdeel.

    4. een agrarische (knal-)apparaat/ akoestisch middel dat wordt gebruikt ter verjaging van dieren (hierna: knalapparaat) waarbij

    5. het knalapparaat niet in werking is voor 07.00 uur en na 21.00 uur;

      1. de kortste afstand tussen een knalapparaat en een geluidgevoelig object van derden tenminste 50 m bedraagt;

      2. de kortste afstand tussen het knalapparaat en de openbare weg tenminste 50 m bedraagt;

      3. de knalfrequentie maximaal 10 knallen per uur bedraagt;

      4. binnen 50 m van het knalapparaat geen ander knalapparaat staat opgesteld.

  4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.