-
Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot (dreigende) ongeregeldheden.
-
Degene die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan of aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan of zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie of van een buitengewoon opsporingsambtenaar zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
-
Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
-
Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
Algemene plaatselijke verordening Valkenburg aan de Geul 2022 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Paragraaf Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Paragraaf Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Paragraaf Afdeling 3. Evenementen
Paragraaf Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Paragraaf Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Afdeling 7.1. Speelautomaten
Paragraaf Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:44a
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48a
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Paragraaf Afdeling 9. Bestrijding van heling van goederen
Paragraaf Afdeling 10. Consumentenvuurwerk en carbidschieten
Paragraaf Afdeling 11. Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk
Paragraaf Afdeling 1. Algemene bepalingen
Paragraaf Afdeling 2. Vergunning seksbedrijf
Paragraaf Afdeling 3.1 Regels voor alle seksbedrijven
Paragraaf Afdeling 3.2 Regels voor alle sekswerkbedrijven en sekswerkers
Paragraaf Afdeling 3.3 Raam- en straatsekswerk
Paragraaf Afdeling 4. Overige bepalingen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Paragraaf Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod
Paragraaf Afdeling 1.a. Wegslepen
Paragraaf Afdeling 2. Collecteren
Paragraaf Afdeling 3. Venten
Paragraaf Afdeling 4. Standplaatsen
Paragraaf Afdeling 5.a Detailhandel
Paragraaf Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Paragraaf Afdeling 8. Vuurverbod
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk
Artikel 2:2
(vervallen)
Artikel 2:3
Melding betogingen op openbare plaatsen
-
Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, meldt dit schriftelijk aan de burgemeester voorafgaand aan de openbare aankondiging en ten minste 48 uren voordat de betoging wordt gehouden.
-
De schriftelijke melding bevat:
naam en adres van degene die de betoging houdt;
het doel van de betoging;
de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;
de plaats en, voor zover van toepassing, de route en plaats van beëindiging;
voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en
maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.
-
Degene die de melding doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de melding is opgenomen.
-
Als het moment van de schriftelijke melding valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, dan wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.
-
De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge melding in behandeling nemen.
Artikel 2:4
(vervallen)
Artikel 2:5
(vervallen)
Artikel 2:6
Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
-
Het is verboden zonder vergunning van het college gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.
-
Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.
-
De vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden verleend als het aangeboden materiaal wat betreft inhoud zich niet leent om na ontvangst meteen te worden weggegooid.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:7
(vervallen)
Artikel 2:8
(vervallen)
Artikel 2:9
Vertoningen op openbare plaatsen
-
Het is verboden zonder vergunning of toestemming van de burgemeester voor publiek op te treden als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op door de burgemeester aangewezen openbare plaatsen.
-
De burgemeester kan voor straatartiesten e.d. nadere regels stellen in plaats van of naast de vergunningplicht als bedoeld in het eerste lid. Het is verboden in strijd te handelen met deze nadere regels.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:10
Voorwerpen op, aan of boven de weg
(opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving; artikel 7.1.1)
Artikel 2:11
(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
(opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving: artikel 7.1.2)
Artikel 2:12
Maken of veranderen van een uitweg
(opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving; artikel 7.1.3)
Artikel 2:13
(vervallen)
Artikel 2:15
Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
(opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving; artikel 7.2.1)
Artikel 2:18
Rookverbod in bossen en natuurterreinen
(opgenomen in verordening Fysieke Leefomgeving; artikel 3.9.5)
Artikel 2:19
(vervallen)
Artikel 2:20
(vervallen)
Artikel 2:21
Voorzieningen voor verkeer en verlichting
(opgenomen in verordening Fysieke Leefomgeving; artikel 7.2.2)
Artikel 2:22
Objecten onder hoogspanningslijn
(opgenomen in verordening Fysieke Leefomgeving; artikel 3.5.1)
Artikel 2:24
Definities
bioscoop -, theater - of muziekvoorstellingen, voor zover deze worden gehouden in gebouwen die daarvoor zijn bestemd of overwegend worden gebruikt;
markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;
kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;
betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39;
sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder g.
een herdenkingsplechtigheid;
een braderie;
een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening;
een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
een straatfeest of buurtbarbecue;
een snuffelmarkt, zijnde een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats. Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;
een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s;
een wielertoertocht vanaf 101 deelnemers;
een pelotonstocht met meer dan 29 deelnemers;
het tussen 22.30 uur en 08.00 uur afsteken van professioneel vuurwerk conform het Vuurwerkbesluit; meer dan 200 kilogram consumentenvuurwerk en/of meer dan 20 kilogram theatervuurwerk met uitzondering van oudejaarsavond.
Het college kan voor bepaalde categorieën evenementen algemene regels stellen in plaats van of naast de vergunningplicht als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:25. Het is verboden in strijd te handelen met deze algemene regels.
De organisator van een evenement als bedoeld onder sub a meldt dit bij de burgemeester tenminste zes weken voorafgaand aan het evenement, door middel van een door de burgemeester vastgesteld meldingsformulier.
De burgemeester kan binnen twee weken na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in sub a te verbieden vanuit een oogpunt van openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, verkeersveiligheid, veiligheid van personen of goederen, de zedelijkheid, gezondheid of ongewenste cumulatie van evenementen.
-
In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
-
Onder evenement wordt mede verstaan:
-
Bepaalde categorieën evenementen
Artikel 2:25
Evenementenvergunning
in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;
in het belang van de verkeersveiligheid, de veiligheid van personen of goederen;
als strijdigheid bestaat met het evenementen- of wielerbeleid, dan wel
vanwege ongewenste cumulatie van evenementen.
de organisator van een vechtsportwedstrijd of -gala van slecht levensgedrag is;
het evenement gevaar oplevert voor de openbare orde, de gezondheid, de (brand)veiligheid of wanordelijkheden kunnen ontstaan;
een onevenredig groot aantal bezoekers te verwachten is, of
het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de bestemming van de plaats waar het wordt gehouden.
een lijst met deelnemer(s) aan het evenement;
een lijst met sponsoren voor het evenement alsmede het sponsorbedrag;
een KvK-uittreksel van het beveiligingsbedrijf dat het evenement beveiligt, en
een kopie van het bewijs van lidmaatschap van de brancheorganisatie.
-
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
-
In aanvulling op de weigeringsredenen als bedoeld in artikel 1.8 kan de vergunning worden geweigerd:
-
De burgemeester weigert de vergunning als:
-
Bij de aanvraag voor een vergunning voor een vechtsportwedstrijd of –gala, moeten tevens worden overgelegd:
-
Het verbod van het eerste lid geldt niet als het een wielertoertocht betreft met minstens 101 en maximaal 250 deelnemers. Voor deze wielertoertochten geldt een meldplicht met een indieningstermijn van zes weken voorafgaand aan het plaatsvinden van de wielertoertocht.
-
De burgemeester kan besluiten een wielertoertocht als bedoeld in het vijfde lid te verbieden als deze in strijd is met het Beleid Wielertoertochten Zuid-Limburg Euregio.
-
Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.
-
Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:25a
Circussen, themamarkten en braderieën
-
Het is verboden om roofvogels tentoon te stellen tijdens markten en braderieën
-
De burgemeester kan nadere regels vaststellen met betrekking tot het toelaten van circussen, themamarkten en braderieën.
Artikel 2:26
Ordeverstoring
-
Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.
-
Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde.
-
Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:27
Definities
-
In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis, (air-)bed & breakfast, vakantiewoning, afhaal- en bezorgcentra, campings en recreatieparken of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.
-
Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
-
Onder afhaal- en bezorgcentra wordt verstaan: een inrichting waar voor gebruik ergens anders dan ter plaatse overwegend eetwaren en/of alcoholvrije dranken voor directe consumptie worden bereid en verstrekt.
Artikel 2:28
Exploitatie openbare inrichting
de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of
de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
als de exploitatie van een terras niet voldoet aan de vastgestelde welstandscriteria voor terrassen.
winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet, voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit en er geen sprake is van een terras dat zichtbaar is vanaf de openbare weg;
zorginstelling;
bedrijfskantine of -restaurant;
-
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. Hieromtrent kunnen door de burgemeester nadere regels worden gesteld.
-
De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.
-
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:
-
Een waterpijpcafé is binnen de gemeente Valkenburg aan de Geul niet toegestaan.
-
Een terras gelegen op gemeentegrond mag alleen direct grenzend aan de voor-, zij- en/of achtergevel van een openbare inrichting worden ingenomen, tenzij wettelijke regels zich hiertegen verzetten. De burgemeester kan besluiten van dit verbod af te wijken.
-
Eilandterrassen zijn alleen toegestaan op openbare pleinen, direct voor de openbare inrichting gelegen. De burgemeester kan besluiten van dit verbod af te wijken.
-
Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:
-
Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:28a
Intrekkingsgronden exploitatievergunning
ter verkrijging van de vergunning gegevens zijn verstrekt die zodanig onjuist of anders blijken te zijn, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
door de wijze van exploitatie het woon- en leefklimaat in de naaste omgeving op ontoelaatbare wijze nadelig wordt aangetast of dreigt te worden aangetast;
zich in de betrokken openbare inrichting feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die de ernstige vrees rechtvaardigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde;
binnen een termijn van zes maanden na de dagtekening van de vergunning geen gebruik ervan is gemaakt, behalve in geval van overmacht;
de exploitatie van de openbare inrichting voor een periode langer dan één jaar is of wordt onderbroken, behalve in geval van overmacht;
de vergunninghouder of -houders hierom verzoekt respectievelijk verzoeken;
er aanwijzingen zijn, dat in de openbare inrichting personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde.
-
De burgemeester trekt de vergunning in als:
Artikel 2:29
Sluitingstijd
-
Openbare inrichtingen zijn gesloten van 03:00 uur tot 06:00 uur
-
Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.
-
Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, zevende lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.
Artikel 2:30
Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
Artikel 2:31
Verboden gedragingen
Het is verboden in een openbare inrichting:
de orde te verstoren;
zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid;
op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.
Artikel 2:31a
Drank in glas op de weg
Het is de exploitant van een openbare inrichting die is gelegen aan een door de burgemeester bij openbare kennisgeving aangewezen weg, verboden zonder vergunning drank in glas te verstrekken, gedurende een door de burgemeester in die openbare kennisgeving aangegeven periode.
Artikel 2:31b
Voorkomen glas op straat
een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;
de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
-
Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, drinkglazen of aangebroken glazen flessen met drank bij zich te hebben.
-
Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:
Artikel 2:32
Handel binnen openbare inrichtingen
-
In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
-
De exploitant van een openbare inrichting laat niet toe dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf een voorwerp verwerft, verkoopt of op andere wijze overdraagt.
Artikel 2:33
Het college als bevoegd bestuursorgaan
Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.
Artikel 2:34a
Definities
In deze afdeling wordt verstaan onder:
alcoholhoudende drank;
horecabedrijf;
horecalokaliteit;
inrichting;
paracommerciële rechtspersoon;
sterke drank;
slijtersbedrijf;
zwak - alcoholhoudende drank;
dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.
Artikel 2:34b
Regulering paracommerciële rechtspersonen
Om oneerlijke mededinging te voorkomen geldt voor paracommerciële rechtspersonen het volgende:
op zaterdag en zondag na 20.30 uur;
op alle andere dagen na 23.30 uur;
op zaterdag en zondag na 23.00 uur;
op alle andere dagen na 24.00 uur;
-
in sportkantines mag op zaterdag vóór 14.00 uur geen alcoholhoudende drank worden verstrekt;
-
voetbal- en hockeyverenigingen is het verboden de inrichting geopend te hebben of alcoholhoudende drank te verstrekken:
-
tennisverenigingen is het verboden de inrichting geopend te hebben of alcoholhoudende drank te verstrekken:
-
overige paracommerciële rechtspersonen is het verboden de inrichting geopend te hebben of alcoholhoudende drank te verstrekken na 23.00 uur;
-
in afwijking van het eerste, tweede en derde lid is het paracommerciële rechtspersonen toegestaan zes keer per jaar tot 02.00 uur af te wijken van de genoemde schenktijden. De paracommerciële rechtspersoon moet dit ten minste vier weken van te voren schriftelijk melden bij de burgemeester, tenzij het om een (periode)kampioenschap gaat;
-
in afwijking van eerste tot en met vierde lid kan de burgemeester bij tijdelijke gelegenheden van zeer bijzondere aard (zoals jubileumfeesten e.d.), gerelateerd aan de doelstelling van de paracommerciële rechtspersoon, afwijken van de genoemde schenktijden. De paracommerciële rechtspersoon dient hiervoor ten minste 8 weken voor de tijdelijke gelegenheid een vergunning aan te vragen.
Artikel 2:34c
Bijeenkomsten van persoonlijke aard of voor derden
Het is verboden in een paracommerciële inrichting alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard - zijnde bijeenkomsten met een vaak feestelijk karakter waarbij meestal alcoholhoudende drank wordt gedronken, die geen direct verband houden met de doelstelling van de paracommerciele rechtspersoon zoals bruiloften, feesten, partijen, recepties, jubileums, verjaardagen, bedrijfsfeesten, koffietafels, condoleancebijeenkomsten en dergelijke - en bijeenkomsten die zijn gericht op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon zijn betrokken.
Artikel 2:34e
Beperkingen voor andere detailhandel dan slijtersbedrijven (gereserveerd) Artikel 2:34f Verbod 'happy hours'
Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd.
Artikel 2:34g
Verbod verstrekken van sterk alcoholhoudende drank
Het is verboden in paracommerciële inrichtingen sterk alcoholhoudende drank te verstrekken.
Artikel 2:35
Definities
In deze afdeling wordt verstaan onder:
inrichting: elke ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt gegeven.
houder: degene die een inrichting exploiteert of daarin de feitelijke leiding heeft.
Artikel 2:36
Kennisgeving exploitatie
Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht dit binnen twee weken daarna schriftelijk te melden bij de burgemeester. Daarbij maakt de melder gebruik van het daarvoor bestemde meldformulier.
Artikel 2:37
(vervallen)
Artikel 2:38
Verschaffing gegevens nachtregister
-
Personen die in een inrichting nachtverblijf houden, waaronder kampeerders, zijn verplicht aan de exploitant of feitelijk leidinggevende de volgende gegevens volledig en naar waarheid te verstrekken:
- Naam
- Woonplaats
- Dag van aankomst
- Dag van vertrek
-
De exploitant of feitelijk leidinggevende is verplicht een nachtregister bij te houden waarin de in het eerste lid genoemde gegevens van de hoofdboeker wordt opgenomen.
3. De exploitant of feitelijk leidinggevende is verplicht om op eerste verzoek van de toezichthouder de gegevens uit het nachtregister te verstrekken zoals bedoeld in het eerste lid.
Artikel 2:38a
Definities
-
In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.
-
In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.
Artikel 2:39
Speelgelegenheden
speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend;
speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie en Veiligheid of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;
speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.
naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of
de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan.
-
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op:
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als:
-
Op de aanvraag om vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:40
Kansspelautomaten
-
De burgemeester kan vergunning verlenen voor het aanwezig hebben van twee kansspelautomaten in een hoogdrempelige inrichting.
-
Geen vergunning wordt verleend voor kansspelautomaten in een laagdrempelige inrichting.
Artikel 2:40.1
Definities
wet: de Wet op de kansspelen;
speelautomaat: een toestel als bedoeld in artikel 30, onder a, van de wet;
behendigheidsautomaat: een speelautomaat als bedoeld in artikel 30, onder b, van de wet;
kansspelautomaat: een speelautomaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de wet;
hoogdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de wet;
laagdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de wet;
aanwezigheidsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30b, eerste lid van de wet;
speelautomatenhal: een inrichting, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, van de wet;
ondernemer/exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert;
beheerder/bedrijfsleider: de natuurlijke persoon of personen die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke of feitelijke leiding in de speelautomatenhal zijn belast.
-
De omschrijvingen in artikel 30 van de Wet op de kansspelen zijn eveneens van toepassing op de in deze afdeling genoemde begrippen.
-
In deze afdeling wordt verstaan onder:
Artikel 2:40.2
Verbodsbepaling
-
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te vestigen en/of te exploiteren.
-
De burgemeester kan voor maximaal vijf speelautomatenhallen een vergunning verlenen.
-
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.
Artikel 2:40.3
Aanwezigheidsplicht
Het is verboden een speelautomatenhal voor het publiek geopend te houden, als in het bedrijf geen beheerder of bedrijfsleider aanwezig is die op de vergunning vermeld staat.
Artikel 2:40.4
Vergunningaanvraag
De vergunningaanvraag voor een speelautomatenhal bevat:
een tekening op schaal van de inrichting, waaruit ten minste blijkt:
op welke plaats en in welk aantal kansspel- of behendigheidsautomaten worden opgesteld;
op welke plaats leeftijdscontrole plaatsvindt en entreebewijzen worden verstrekt;
een bewijs van inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel;
een overeenkomst of ander schriftelijk stuk waaruit blijkt dat de aanvrager gerechtigd is over de ruimte te beschikken;
een verklaring omtrent het gedrag van de ondernemer, of als de ondernemer een rechtspersoon is, van degene(n) die de onderneming krachtens de statuten vertegenwoordigt (vertegenwoordigen) en van de beheerder;
een bewijsstuk als bedoeld in artikel 6, eerste lid van de Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen, waaruit blijkt dat de beheerders en bedrijfsleiders beschikken over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot het gebruik van speelautomaten en de daaraan verbonden risico’s van gokverslaving;
een bewijs van lidmaatschap van de VAN Speelautomaten brancheorganisatie;
een bewijs waaruit blijkt dat de ondernemer voornemens is in het eerste jaar van de exploitatie van de speelautomatenhal een Kema-keurcertificaat voor de exploitatie van de speelautomatenhal te verkrijgen;
een ingevuld en ondertekend vragenformulier van de gemeente in het kader van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Artikel 2:40.5
Beslistermijn
-
De burgemeester beslist binnen 12 weken na de datum waarop hij de aanvraag met bijbehorende stukken heeft ontvangen.
-
De beslissing kan eenmaal voor maximaal 12 weken worden verlengd.
Artikel 2:40.6
Vergunning
-
De vergunning wordt gesteld op naam van de exploitant en is niet overdraagbaar.
-
In de vergunning wordt in ieder geval de naam vermeld van de beheerders/bedrijfsleiders en het vestigingsadres van de speelautomatenhal.
-
Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden die zo nodig kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken.
Artikel 2:40.7
Weigeringsgronden
het maximale aantal af te geven vergunningen voor speelautomatenhallen reeds is verleend;
de speelautomatenhal niet uitsluitend rechtstreeks vanaf de weg voor het publiek toegankelijk is;
de beheerder(s) de leeftijd van 25 jaar nog niet heeft (hebben) bereikt;
de exploitant of de beheerder(s) onder curatele staat (staan) of bewind is ingesteld over één of meer aan hen toebehorende goederen, als bedoeld in Boek 1, titel 19, van het Burgerlijk Wetboek;
door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de burgemeester de leef- en woonsituatie in de naaste omgeving of het karakter van de winkelstraat/winkelbuurt op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
de wijze van bedrijfsvoering en/of het levensgedrag van de ondernemer/exploitant en/of de beheerder/bedrijfsleider hier aanleiding toe geeft.
-
De vergunning wordt geweigerd als:
-
De burgemeester kan vergunning verlenen om af te wijken van het leeftijdsvereiste, zoals bedoeld in het eerste lid, onder c.
Artikel 2:40.8
Intrekkingsgronden
als de gegevens die met het oog op het verkrijgen van de vergunning zijn gegeven, zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
als niet langer wordt voldaan aan de krachtens artikel 30d, vierde lid, onder a, van de wet gestelde eisen;
indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is verleend, zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 2:40.7, eerste lid, onder e.
wordt gehandeld in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
niet wordt voldaan aan het bepaalde in de artikelen 2:40.3 en 2:40.9 van deze Afdeling;
de vergunninghouder de bij of krachtens titel VA van de wet gestelde bepalingen heeft overtreden;
het Kema-keurcertificaat door de ondernemer in het eerste jaar van exploitatie van de speelautomatenhal niet wordt verkregen;
het Kema-keurcertificaat wordt verloren door de ondernemer;
gedurende een periode van ten minste zes onafgebroken maanden geen gebruik van de vergunning wordt gemaakt.
-
De burgemeester trekt de vergunning in:
-
De burgemeester kan de vergunning intrekken als:
Artikel 2:40.9
Wijziging beheerder/bedrijfsleider
Als een wijziging plaatsvindt in de vergunning ten aanzien van de vermelde beheerder(s) of bedrijfsleider(s), dient de ondernemer binnen vier weken nadat deze situatie is ontstaan, een aanvraag tot wijziging van de vergunning in, waarbij het bewijsstuk als bedoeld in artikel 2:40.4, onder d en e van deze Afdeling wordt overgelegd.
Artikel 2:40.10
Wijziging exploitant/ondernemersvorm
-
Als een ondernemer overlijdt moet, indien voortzetting van de exploitatie wordt beoogd, binnen twaalf weken na de datum van overlijden een nieuwe vergunning worden aangevraagd.
-
In alle andere gevallen van wisseling van ondernemer moet binnen vier weken na overname of wijziging van de ondernemersvorm van de speelautomatenhal een nieuwe vergunning worden aangevraagd. De bestaande vergunning vervalt als niet binnen vier weken na de overdracht een nieuwe vergunningaanvraag is ingediend.
-
Als een personele wijziging plaatsvindt in de dagelijkse leiding (bestuur) of de aandeelhouders van een ondernemersvorm, is het tweede lid van toepassing en moet een nieuwe vergunning te worden aangevraagd.
-
Als een nieuwe vergunningaanvraag is ingediend binnen de gestelde termijn, blijft de bestaande vergunning van kracht totdat op de aanvraag is beslist.
Artikel 2:40.11
Aanwezigheidsvergunning aantal speelautomaten in speelautomatenhal
-
De burgemeester kan vergunning verlenen voor het aanwezig hebben van ten hoogste 150 speelautomaten en 150 spelersplaatsen in een speelautomatenhal.
-
De burgemeester kan vergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in het eerste lid.
Artikel 2:40.12
Duur van de aanwezigheidsvergunning
Een aanwezigheidsvergunning wordt verleend voor een periode van één jaar.
Artikel 2:41
Betreden gesloten woning of lokaal
-
Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.
-
De burgemeester kan een vergunning verlenen om af te wijken van de in het eerste en tweede lid bedoelde verboden.
Artikel 2:42
Plakken en kladden
een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding te plakken of op andere wijze aan te brengen;
met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen.
-
Het is verboden in mergelsteen te krassen en of deze anderszins te beschadigen.
-
Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
-
Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:
-
Het in het derde lid gestelde verbod is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.
-
Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.
-
Het is verboden de in het vijfde lid bedoelde aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.
-
Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan.
Artikel 2:44
Vervoer inbrekerswerktuigen
-
Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.
-
Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
Artikel 2:44a
Verbod rooftas
-
Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een tas die er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van diefstallen te vergemakkelijken. Het verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het voorwerp niet bestemd is voor de bedoelde handelingen.
Artikel 2:47
Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
Het is verboden:
op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair;
zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan gebruikers of bewoners nabij de weg gelegen woningen onnodig overlast of hinder wordt of kan worden veroorzaakt.
zich op een openbare plaats (deels)naakt te begeven, dan wel de natuurlijke behoefte te doen waarbij aanwezigen of bewoners nabij de openbare plaats onnodig overlast of hinder ervaren of kunnen ervaren.
Artikel 2:48
Verboden drankgebruik
een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;
de plaats, niet zijnde een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
-
Het is verboden op een openbare plaats alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.
-
Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:
Artikel 2:49
Verboden gedrag bij of in gebouwen
zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden;
zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.
-
Het is verboden:
-
Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen, appartementsgebouwen, soortgelijke meergezinshuizen en van gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van een dergelijk gebouw.
Artikel 2:50
Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijk portaal, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd.
Artikel 2:50a
Messen en andere voorwerpen als steekwapen
1. Het is verboden op openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben.
2. Het verbod geldt niet voor messen of voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn.
3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie.
Artikel 2:51
Neerzetten van fietsen of bromfietsen
Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt.
Artikel 2:54
(vervallen)
Artikel 2:55
(vervallen)
Artikel 2:56
(vervallen)
Artikel 2:57
Loslopende honden
binnen de bebouwde kom als de hond niet is aangelijnd;
op een voor het publiek toegankelijke kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;
op een openbare plaats als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk waaruit blijkt wie de eigenaar of houder is.
die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden, of
die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
-
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
-
De verboden genoemd in het eerste lid, aanhef en onder a en b zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:
Artikel 2:58
Verontreiniging door honden
-
Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
Artikel 2:59
Gevaarlijke honden
vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;
door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en
zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.
-
Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.
-
De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.
-
De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die:
-
Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder c, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
-
Artikel 2:59a gevaarlijke honden op eigen terrein (gereserveerd)
Artikel 2:60
Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
Ter voorkoming van overlast of schade is het verboden op door het college aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, dieren aanwezig te hebben in strijd met de voorschriften in het aanwijzingsbesluit.
Artikel 2:61
(vervallen)
Artikel 2:62
Loslopend vee
De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend weiland of terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen worden getroffen dat dit vee die weg niet kan bereiken.
Artikel 2:64
Bijen
a woningen of andere gebouwen waarin overdag mensen verblijven en/of
b de weg.
-
Het is verboden bijen te houden binnen een afstand van 30 meter van:
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet als op een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen te voorkomen.
-
Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt niet voor zover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen of gebouwen bedoeld in dat lid.
Artikel 2:65
Bedelarij
Het is ter voorkoming van overlast verboden op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken.
Artikel 2:66
Definitie
In deze afdeling wordt onder handelaar verstaan de handelaar aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:67
Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;
de datum van verkoop of overdracht van het goed;
een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen soort, merk en nummer van het goed;
de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en
de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.
-
De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en door of namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin onverwijld op te nemen:
-
De burgemeester is bevoegd vergunning te verlenen voor het afwijken van deze verplichtingen.
Artikel 2:68
Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht
De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:
de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen:
dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging;
van een verandering van de onder 1ste bedoelde adressen;
dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;
dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan.
de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven;
aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn;
een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste vijf werkdagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.
Artikel 2:69
(vervallen)
Artikel 2:70
(vervallen)
Artikel 2:71
Definities
In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.
Onder carbidschieten wordt verstaan: het in een (melk)bus, container of opslagvat of explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen.
Artikel 2:72
Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen
-
Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder vergunning van het college.
-
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van de openbare orde en in het belang van het voorkomen of beperken van overlast.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:73
Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
-
Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.
-
Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.
-
De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2.73a
Verbod carbidschieten
-
Carbidschieten is verboden.
-
Het is tevens verboden om op een openbare plaats enig voorwerp, waarvan gelet op zijn aard of de omstandigheden waaronder dat wordt aangetroffen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat dit is bestemd voor carbidschieten, te vervoeren of bij zich te hebben.
-
De verboden in het eerste en tweede lid gelden niet voor zover dit onderwerp wordt geregeld in de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van strafrecht.
Artikel 2:74
Drugshandel op straat
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen of substanties als bedoeld in de artikelen 2, 2a of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Artikel 2:74a
Openlijk drugsgebruik
Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen of substanties als bedoeld in de artikelen 2, 2a of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
Artikel 2:75
Bestuurlijke ophouding
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50 en 2:73 van deze verordening groepsgewijs niet naleven.
Artikel 2:76
Veiligheidsrisicogebieden
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.
Artikel 2:77
Cameratoezicht op openbare plaatsen
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.
Artikel 2:78
Gebiedsontzeggingen
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 48 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
-
Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 12 weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
-
Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen 12 maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.
-
De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk vergunning verlenen om af te wijken van een bevel.
Artikel 2:79
Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
-
Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
-
De burgemeester kan een last onder bestuursdwang opleggen wegens overtreding van het in eerste lid bepaalde. De burgemeester oefent de bevoegdheid uit als de ernstige en herhaaldelijke hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan.
Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
Artikel 2:80
Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid, of artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
-
De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf.
-
Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.
-
Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester.
-
De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
Artikel 2:81
Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
-
1. In dit artikel wordt verstaan onder:
-
a. bedrijfsmatige activiteit: activiteit in de uitoefening van een beroep of bedrijf, die niet valt onder de vergunningplicht bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of de artikelen 2:28 of 3:3;
-
b. beheerder: natuurlijk persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteit;
-
c. exploitant: natuurlijk persoon of bestuurder van een rechtspersoon of tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.
-
2. De burgemeester kan in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid of ter voorkoming van een nadelige beïnvloeding daarvan bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen of bij die gebouwen behorende erven of gebieden aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is.
-
3. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem aangewezen gebouw, op een bij dat gebouw behorend erf of in een door hem aangewezen gebied.
-
4. De exploitant vraagt de vergunning aan door gebruik te maken van een door de burgemeester vastgesteld formulier, waarbij in elk geval de volgende gegevens worden verstrekt:
-
a. voor welke bedrijfsmatige activiteit de vergunning wordt gevraagd;
-
b. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en beheerder;
-
c. het adres en telefoonnummer van de locatie waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend;
-
d. het nummer van inschrijving in het Handelsregister;
-
e. voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant en beheerder;
-
f. voor zover van toepassing, een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant en beheerder gerechtigd zijn om in Nederland arbeid te verrichten;
-
g. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over het gebouw of erf te beschikken waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend;
-
h. een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant en beheerder.
-
5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren:
-
a. als de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;
-
b. als de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
-
c. als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;
-
d. als niet voldaan is aan de bij of krachtens het vierde lid gestelde eisen voor de aanvraag;
-
e. als er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;
-
f. als het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het omgevingsplan of de Wet milieubeheer.
-
6. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijfsmatige activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als de bedrijfsmatige activiteit aan de vereisten voldoet.
-
7. Het is verboden het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is.
-
8. De exploitant of de beheerder ziet erop toe dat in of vanuit het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend geen strafbare feiten plaatsvinden.
-
9. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning intrekken of wijzigen als de omstandigheden sinds de vergunningverlening zijn gewijzigd, doordat:
-
a. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
-
b. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten die verband houden met de bedrijfsmatige activiteit of toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed;
-
c. er in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden;
-
d. er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;
-
e. de exploitant de bedrijfsmatige activiteit heeft beëindigd of gewijzigd; of
-
f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is.
-
10. Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning en het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester[, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80,] een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.
-
11. De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit tot sluiting aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of erf.
-
12. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.
-
13. Het is eenieder verboden een overeenkomstig het tiende lid gesloten gebouw of erf te betreden of daarin te verblijven.
-
14. De burgemeester kan de sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
-
15. In afwijking van het derde lid geldt het verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit al een onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, voor die bestaande activiteit op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of, als dat eerder is, met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering van een door hem aangevraagde of intrekking van een aan hem verleende vergunning.
-
16. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.