1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de wet Milieubeheer of van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals die wet en dat besluit luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

  2. Bij de beoordeling of sprake is van geluidhinder gelden de geluidsnormen conform de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De beoordeling vindt verder plaats aan de hand van de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999.

  3. Het college kan een vergunning verlenen om af te wijken van het in het eerste lid bedoelde verbod.

  4. Diegene die de zorg heeft voor een dier moet voorkomen dat omwonenden hiervan geluidhinder ondervinden.

  5. Op de aanvraag om een vergunning als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.