1. De vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd als:

    1. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt om de vergunning te verkrijgen;

    2. vanwege een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;

    3. de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

    4. van de vergunning of geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of

    5. de vergunninghouder dit verzoekt.