1. De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, gelden niet voor zeven door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

  2. Het college maakt de aanwijzing voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.

  3. Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.

  4. Indien een collectieve festiviteit welke op basis van lid 1 niet doorgaat in het betreffende kalenderjaar, kan het college een vervangende collectieve festiviteit aanwijzen.

  5. Het geluidniveau, veroorzaakt door de inrichting/festiviteit mag in geluidgevoelige ruimten van woningen van derden en verblijfsruimten niet meer bedragen dan 50/45/40 dB(A) in de respectievelijke dag-/avond-/nachtperiode.

  6. Vanaf 24:00 uur mag geen muziekgeluid ten gehore worden gebracht op het terras/buitenterrein van de inrichting en dienen ramen en deuren gesloten te worden gehouden behalve voor het onmiddellijk doorlaten van personen en/of goederen.

  7. Een half uur voor het sluitingsuur of de eindtijd moet het geluidniveau worden teruggebracht naar de reguliere exploitatie.

  8. Bij het bepalen van de geluidniveaus als bedoeld in het vierde lid wordt geen strafcorrectie van 10 dB(A) vanwege muziekgeluid toegepast.

  9. De aanwijzing collectieve festiviteiten zoals bedoeld in dit artikel gelden niet voor stichtingen van culture aard.