1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.

  3. Het eerste en tweede lid gelden niet als daarvan wordt afgeweken in de bepalingen van deze verordening vanaf hoofdstuk 2.