1. Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

  2. Voor besluiten die zijn genomen op grond van de verordening, zoals bedoeld in artikel 6:4, waarvoor deze verordening geen overeenkomstige grondslagen voor besluiten kent, geldt dat indien deze besluiten op 31 december 2023 niet zijn ingetrokken, deze rechtmatig zijn.

  3. De intrekking van de verordening, bedoeld in artikel 6:4, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening genomen aanwijzingsbesluiten, nadere regels en beleidsregels als de rechtsgrond waarop deze besluiten zijn gebaseerd ook is opgenomen in deze verordening.