1. Het is verboden een kamerverhuurbedrijf te exploiteren zonder vergunning van het college.

  2. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de vergunningaanvraag.

  3. Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden in het belang van het woon-, leef en huurklimaat van bewoners en omwonenden.

  4. Het college weigert de vergunning:

    1. als naar zijn oordeel de woon- of leefsituatie in de omgeving van het kamerverhuurbedrijf op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

    2. als de exploitatie van een kamerverhuurbedrijf in strijd is met het omgevingsplan.

  5. Bij de toepassing van de in het derde lid onder a genoemd belang houdt het college rekening met het karakter en de wijk, waarin het kamerverhuurbedrijf is gelegen of zal zijn gelegen en de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie.

  6. Geen vergunning is vereist:

    1. voor woonruimten die deel uitmaken van een wooncomplex voor senioren of van een instelling voor verpleging en verzorging of daarmee naar hun aard gelijk te stellen woonvormen, indien deze worden gebruikt overeenkomstig hun specifieke doel en functie.

    2. Geen vergunning is vereist voor woonruimtes die deel uitmaken van een seniorencomplex, herstelinrichtingen en verzorgingstehuizen of daarmee naar hun aard vergelijk te stellen woonvormen, zolang deze worden verhuurd overeenkomstig de specifieke functies van de in dit lid bedoelde woonvormen. Voor de door zorgaanbieders geboden of te bieden huisvesting (verhuur van kamers) en begeleiding aan zorgcliënten, is de verplichting van een exploitatievergunning wel van toepassing.

  7. Op de vergunning als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.