1. Het is verboden, door handelingen, houding en woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken.

  2. Degene die, met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde verbod, en met het oog op de in artikel 3.7 genoemde belangen, van een politieambtenaar het bevel krijgt zich in een bepaalde richting te verwijderen, is verplicht aan dat bevel onverwijld gevolg te geven.