1. Onverminderd het bepaalde in artikel 2.2 Besluit Erfgoedwet archeologie is het verboden zonder ontheffing van de burgemeester in het openbaar een metaaldetector of enig ander voorwerp, bestemd voor het opsporen van metalen voorwerpen te gebruiken of voor onmiddellijk gebruik voorhanden te hebben.

  2. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. De ontheffing kan worden geweigerd:

    1. in het belang van de bescherming van archeologische waarden;

    1. in het belang van de bescherming van ander cultureel erfgoed;

    1. ter bescherming van de woon- of leefomgeving;

    1. in verband met de veiligheid van personen of goederen;

    1. in het belang van de openbare orde.

  3. De burgemeester kan algemene regels vaststellen op basis waarvan ontheffingen worden verleend als bedoeld in het tweede lid. Deze regels kunnen onder meer betrekking hebben op de wijze waarop van de ontheffing gebruik wordt gemaakt en de eisen waaraan een ontheffinghouder moet voldoen.

  4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor degenen aan wie ingevolge artikel 5.2 van de Erfgoedwet een certificaat is verstrekt.

  5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. Awb (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.