De burgemeester kan:

  1. bepalen dat het exploiteren van bepaalde categorieën van inrichtingen, al dan niet beperkt tot een bepaald gebied, geheel of gedeeltelijk van de vergunningplicht is vrijgesteld;

  2. nadere regels stellen aan de onder a genoemde vrijstelling;

  3. voor een bepaalde categorie inrichtingen of een bepaald gebied grenzen stellen aan de te hanteren sluitingstijden;

  4. nadere regels ter zake van de in deze paragraaf bedoelde vergunning vaststellen.