1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  2. Geen vergunning is vereist voor een inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de exploitatie van deze inrichting ondergeschikt is aan de winkelactiviteit.

  3. Voorts geldt het eerste lid niet voor:

    1. paracommerciële instellingen die in het bezit zijn van een Alcoholvergunning.

    2. bedrijfskantines en inrichtingen in zorginstellingen, musea, scholen en ziekenhuizen en rouwcentra voor zover aan de exploitatie van die inrichtingen geen zelfstandige betekenis toekomt en deze uitsluitend gericht is op de bezoekers/gebruikers van de instelling waar de inrichting onderdeel van uitmaakt.

  4. De exploitant en de beheerder voldoen aan de volgende eisen:

    1. zij hebben de leeftijd van achttien jaar bereikt of indien aan de inrichting een Alcoholvergunning is verstrekt de leeftijd van eenentwintig jaar;

    2. zij zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;

    3. zij mogen niet onder curatele staan;

    4. zij beschikken over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot sociale hygiëne indien voor de inrichting een Alcoholvergunning is verstrekt.

  5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.