1. Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper of dergelijk voertuig dat voor recreatie of anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt op de weg te plaatsen of te hebben langer dan:

    1. drie achtereenvolgende dagen in de periode van 1 november tot 1 maart;

    2. acht achtereenvolgende dagen in de periode van 1 maart tot 1 november.

  2. Het is verboden een magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt op de weg te plaatsen of te hebben langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen.

  3. Het is verboden de voertuigen bedoeld in het eerste en tweede lid te plaatsen of te hebben op door het college aan te wijzen plaatsen waar het naar zijn oordeel schadelijk is voor het aanzien van de gemeente.

  4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  5. Het eerste en tweede lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.

  6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.