1. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken in een paracommerciële inrichting uitsluitend alcoholhoudende drank gedurende de periode beginnende met twee uur voor aanvang en eindigende met twee uur na beëindiging van activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon.

  2. Het is paracommerciële rechtspersonen verboden alcoholhoudende drank te verstrekken in een paracommerciële inrichting:

    1. tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen, of

    2. tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de beherende paracommerciële rechtspersoon zijn betrokken.

  3. Op de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid van de Alcoholwet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.