1. Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt.

  2. Het is verboden op of aan de weg een fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel te parkeren als daardoor:

    1. op de weg de doorgang of het uitzicht wordt gehinderd of belemmerd;

    2. de veiligheid voor het verkeer wordt gehinderd;

    3. de doorstroming van het verkeer wordt gehinderd of belemmerd;

    4. op of aan een openbare plaats schade of overlast wordt veroorzaakt;

    5. voor een bewoner of gebruiker van een gebouw waartegen of waarvoor de fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel staat geparkeerd de doorgang of het uitzicht wordt belemmerd.