1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

    Geen ontheffing wordt verleend voor het ten gehore mogen brengen van muziek, hoger dan de maximaal toegestane geluidsnorm, voor privéaangelegenheden op eigen terrein zoals een verjaardag, bruiloft of anderszins feestelijke aangelegenheid.

  3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties of het Vuurwerkbesluit en op situaties die in het derde lid van artikel 2.51 van de VFL zijn genoemd.

  4. Op de aanvraag om een ontheffing paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.