1. De vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:

    1. de openbare orde;

    2. de openbare veiligheid;

  2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag niet dan wel niet volledig is ingediend binnen een redelijke termijn voorafgaand aan de activiteit waarvoor vergunning wordt aangevraagd en een behoorlijke behandeling en redelijke beoordeling van de aanvraag niet mogelijk is.

  3. Onder een redelijke termijn als bedoeld in het tweede lid wordt verstaan vier weken, tenzij in een afzonderlijke bepaling een afwijkende termijn is opgenomen.