1. Het is de rechthebbende op, huurder of gebruiker van een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel of seksboetiek, waar seksartikelen aan particulieren plegen te worden aangeboden, in gebruik te nemen of te hebben.

  2. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.

  3. Een ontheffing als bedoeld in het tweede lid wordt alleen verleend indien geen strijd ontstaat met de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen.

  4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.