1. Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door de burgemeester aangewezen gebied, drinkgerei van glas of blik of geopende glazen verpakkingen, kennelijk bestemd voor het bewaren van dranken bij zich te hebben of met zich mee te vervoeren.

  2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor een terras waarvoor een vergunning geldt als bedoeld in artikel 2:28, vijfde lid.

  3. Het is de exploitant van een inrichting als bedoeld in artikel 2:27 en degene die het winkelbedrijf of slijtersbedrijf uitoefent, welke inrichting, winkel of slijterij is gelegen aan een door de burgemeester aangewezen openbare plaats, verboden dranken in door de burgemeester aangewezen verpakkingen en/of drinkgerei van glas of blik te verstrekken gedurende een door de burgemeester aangewezen periode. De burgemeester wijst de openbare plaatsen, verpakkingen en drinkgerei en de periode aan in het belang van de openbare orde en/of veiligheid indien en voor zover de genoemde belangen dit dringend noodzakelijk maken en dat ook in een aantoonbaar verband staat tot deze aanwijzing.