1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een scooter, een (elektrische) fiets of een paard.

  2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen.

  3. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:

    1. het voorkomen van overlast;

    2. de bescherming van natuur- of milieuwaarden;

    3. de veiligheid van het publiek.

  4. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, een scooter (elektrische) fietsen en paarden:

    1. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere volgens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten;

    2. die worden gebruikt voor beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;

    3. die worden gebruikt voor werken die volgens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;

    4. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;

    5. voor het verkeer voor bezoek en van het verzorgen van de onder d bedoelde personen.

  5. Het verbod is ook niet van toepassing:

    1. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen;

    2. binnen de bij of volgens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden voor motorrijtuigen die bij of volgens die verordening zijn aangewezen als toestel.

  6. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.