1. De vergunning wordt ingetrokken als:

    1. de verstrekte gegevens onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;

    2. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven;

    3. is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13, lid 1 onder a, 3:14, tweede lid, 3:15 en 3:17, eerste lid of tweede lid, onderdeel b, onder 1;

    4. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het geldig blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid;

    5. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met h;

    6. de vergunninghouder dat verzoekt;

    7. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4 van deze verordening.

  2. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als:

    1. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;

    2. gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten het beschermen van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning;

    3. een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of leidinggevende is geworden;

    4. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of volgens dit hoofdstuk gestelde bepalingen;

    5. is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen;

    6. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geldig blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten;

    7. de exploitant of de leidinggevende het toezicht op het naleven van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt;

    8. er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel;

    9. gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.