1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan houtopstanden te vellen of te doen vellen. Deze vergunning is maximaal 3 jaar geldig. Op deze vergunning is paragraaf 4.1.3.3 Awb van toepassing.

  2. Geen vergunning is benodigd:

    1. als de houtopstand een diameter heeft van minder dan 30 centimeter gemeten op 1,30 meter boven het maaiveld, of staat op een kavel die kleiner is dan 500 m², tenzij de bomen zijn geplant om te voldoen aan een her-plantplicht of als sprake is van cascowaarden. In dat geval is het vellen of doen vellen van houtopstanden in afwijking van het hiervoor bepaalde vergunningplicht;

    2. als de houtopstand is gelegen buiten de bebouwde komgrens op basis van de Omgevingswet tenzij sprake is van cascowaarden. In dat geval is het vellen of doen vellen van houtopstanden in afwijking van het hiervoor bepaalde vergunningplichtig;

    3. voor wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot;

    4. voor vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;

    5. voor fijnsparren niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;

    6. voor kweekgoed;

    7. als er sprake is van dunning, naar oordeel van de gemeentelijke bomenconsulent.

  3. De vergunning kan worden geweigerd dan wel onder voorschriften of beperkingen worden verleend in het belang van:

    1. de natuur- en milieuwaarde van de houtopstand;

    2. de landschappelijke waarde van de houtopstand;

    3. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;

    4. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;

    5. het in stand houden van het structuurgroen;

    6. het in stand houden van cascowaarden.

  4. Het eerste lid is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand voor een spoedeisend belang voor de openbare orde of als er een direct gevaar voor personen of goederen is.