1. Het is verboden met een pleziervaartuig in openbaar water een ligplaats in te nemen of te hebben.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor pleziervaartuigen aan de oostzijde van de havenkom en aan de westzijde van de buitenhaven, mits niet langer dan acht dagen ligplaats wordt ingenomen.

  3. Het college kan in uitzonderlijke gevallen ontheffing verlenen van het gestelde in de leden 1 en 2.