1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd.

  2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein, voor zover deze niet gebruikt worden voor verblijf voor vakantie of andere recreatieve doeleinden.

  3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod voor het gelegenheid geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen door groepen uitgaande van een vereniging of andere organisatie met een doelstelling van sportieve, sociale, culturele, educatieve of wetenschappelijke aard, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal zes weken.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van:

    1. natuur en landschap; of

    2. een stadsgezicht.