1. De rechthebbende van een vaartuig is verplicht zodanige maatregelen te treffen dat dit vaartuig niet onbestuurd in openbaar water terecht kan komen.

  2. De rechthebbende op een vaartuig, die dit onbeheerd achter laat in openbaar water, is verplicht te zorgen, dat dit deugdelijk is afgesloten of op andere wijze is beveiligd tegen diefstal of gebruik door degene, die daartoe niet is gerechtigd.

  3. De rechthebbende op een vaartuig, die dit onbeheerd achter laat in openbaar water, is verplicht, indien zich daarin goederen bevinden, die niet tot de uitrusting behoren, er voor zorg te dragen, dat door deugdelijke afsluiting, die goederen tegen diefstal beschermd zijn.