1. Het is verboden om met een bedrijfs- of stationerend vaartuig in openbaar water een ligplaats in te nemen of te hebben.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor bedrijfsvaartuigen in de havenkom en aan de kaden aan de oost- en westzijde van de Arkervaart gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk laden en/of lossen van goederen of gedurende de tijd dat vertrek door ijsvorming niet mogelijk is.

  3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor bedrijven die schepen bouwen en voor hun productie het halffabrikaat of gereed product aan de eigen kade hebben liggen. Deze bedrijven zijn daarvoor liggeld verschuldigd aan de gemeente conform de verordening op de haven en liggelden. Het is niet toegestaan te overnachten op deze schepen.

  4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor het kraanschip van de asfaltcentrale.