-
Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg.
-
Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 1,0 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,25 strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.
-
Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer voor terrassen, uitstallingen en reclameborden.
-
Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
Het verbod is niet van toepassing op:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; en
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.
-
Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Omgevingsverordening Gelderland of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Algemene plaatselijke verordening Montferland 2021 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:44A
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:47a
- Artikel 2:48
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:50b
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Afdeling Toezicht op recreatiegebieden Stroombroek en de Nevelhorst
Afdeling Toezicht op voor publiek openstaande gebouwen en bedrijfsactiviteiten
HOOFDSTUK REGULIERE PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE ONDERWERPEN
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 2:10A
Schuttersboog op of aan de weg
Het verbod bedoeld in artikel 2:10, eerste lid, is niet van toepassing op de in het kader van het jaarlijkse schuttersfeest te plaatsen schuttersbogen, indien:
de plaatsing van de schuttersboog maximaal vier dagen voor de aanvang van de jaarlijkse schuttersfeesten gebeurt; en
de schuttersboog uiterlijk 3 dagen na afloop van de jaarlijkse schuttersfeesten wordt verwijderd; en
de doorrijhoogte van de schuttersboog minimaal 4,5 meter is; en
de schuttersboog aan weerszijden minimaal 30 cm uit de rijbaan blijft; en
eventuele graafwerkzaamheden dienen handmatig en zorgvuldig te gebeuren om schade aan leidingen en kabels te voorkomen; en
alle noodzakelijke veiligheidsmaatregelen worden genomen bij de plaatsing, het aanwezig zijn en verwijdering van de schuttersboog; en
voldoende ruimte op het trottoir blijft voor voetgangers en rolstoelgebruikers; en
het wegverkeer door de schuttersboog niet wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.
Artikel 2:11
(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Omgevingsverordening Gelderland of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Artikel 2:12
Maken of veranderen van een uitweg
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg als:
de groenvoorziening in de gemeente wordt geschaad of dreigt te worden geschaad;
het gebruik van een bestaande openbare parkeerplaats onmogelijk wordt gemaakt of dreigt te worden gemaakt;
de uitweg niet haaks op de weg is/wordt gesitueerd;
de uitweg op een afstand van minder dan 5 meter vanaf de hoek van een kruispunt is/wordt gesitueerd;
gevaar of hinder ontstaat of dreigt te ontstaan voor het wegverkeer ter plaatse.
er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten.
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd:
ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;
als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;
als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of
als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Omgevingsverordening Gelderland of de waterschapsverordening.
Artikel 2:14
Winkelwagentjes
Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt, is verplicht deze:
te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken; en
terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf.
Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten.
Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.
Artikel 2:15
Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.
Artikel 2:16
Openen straatkolken en dergelijke
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Artikel 2:17
Kelderingangen en dergelijke
1. Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de veiligheid van de weggebruikers opleveren.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht .
Artikel 2:18
Rookverbod in bossen en natuurterreinen
1. Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan:
te roken gedurende een door het college aangewezen periode;
voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3˚, van het Wetboek van Strafrecht.
3. Het verbod in het eerste lid, onder a, is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.
Artikel 2:21
Voorzieningen voor verkeer en verlichting
-
De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.
Artikel 2:23
Veiligheid op het ijs
Het is verboden:
voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen;
bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening Gelderland.