1. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg als:

    1. de groenvoorziening in de gemeente wordt geschaad of dreigt te worden geschaad;

    2. het gebruik van een bestaande openbare parkeerplaats onmogelijk wordt gemaakt of dreigt te worden gemaakt;

    3. de uitweg niet haaks op de weg is/wordt gesitueerd;

    4. de uitweg op een afstand van minder dan 5 meter vanaf de hoek van een kruispunt is/wordt gesitueerd;

    5. gevaar of hinder ontstaat of dreigt te ontstaan voor het wegverkeer ter plaatse.

    6. er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten.

  2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd:

    1. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;

    2. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;

    3. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of

    4. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.

  3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Omgevingsverordening Gelderland of de waterschapsverordening.