1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast:

    1. de buitengewone opsporingsambtenaren, en

    2. de ambtenaren van de politie, en

    3. Voor het toezicht van de in hoofdstuk 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening geldende bepalingen, worden aangewezen alle opsporingsambtenaren van de politie die (al dan niet tijdelijk) werkzaam zijn in de eenheid Oost Nederland en mensenhandel gecertificeerd zijn.

  2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.