1. De vergunning als bedoeld in artikel 2:36 wordt geweigerd indien: de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 2:36, tweede lid en artikel 2:36a gestelde eisen; de vestiging of exploitatie van het verblijf arbeidsmigranten in strijd is met een geldend omgevingsplan, tenzij hiervoor een omgevingsvergunning is verleend.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning als bedoeld in artikel 2:36 worden geweigerd in het belang van:

    1. de openbare orde;

    2. het voorkomen of beperken van overlast;

    3. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;

    4. de veiligheid van personen of goederen;

    5. de verkeersveiligheid;

    6. de gezondheid of zedelijkheid.

  3. De vergunning kan worden geweigerd op grond van artikel 7 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (wet BIBOB), in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de wet BIBOB.